Heer,

Er hingen touwen, met boeien, die de zee ingingen
Zodat ook mensen die blind zijn, zouden kunnen gaan zwemmen,
Er stonden toiletten zodat wie nodig moest,
Zonder zorgen kon gaan, er werd aan iedereen gedacht
Wat is dat deugddoend, toegankelijkheid
En wat wekt dat het verlangen, om als samenleving te werken
Aan een wereld die werkelijk voor iedereen toegankelijk is
Laat wat daar vanzelfsprekend was, hier toch geen luxe zijn
Laat ons samen werk maken om de wereld
een stuk toegankelijker te maken
Zou dat niet van-God-sprekend zijn?

Gij deed het, en doet het, toegankelijk zijn,
Ge spreekt die mensen aan, die wij nu onderaan het trapje laten staan,
Diegene die weggestopt zitten, of wiens stem niet gehoord wordt
Gij zoekt ze op! Gij heet ze welkom!
Zij horen er niet alleen bij, ze zijn wezenlijk!

Ge komt naar ons toe
Ge spreekt in mensentaal en mensenbeelden
En geeft U dan ook nog eens,
Mens geworden toegankelijkheid,
In wat brood en wijn
Als om te zeggen
“Kan Ik nog dichter?”

Dank U, dat Ge zo dicht komt,
En wij allemaal welkom zijn,
Dat Ge oog hebt voor elk van ons,
En we erbij horen,
Dat Ge wegen zoekt,
In wie Ge zijt, hoe Ge spreekt, wat Ge doet,
In alles
Wegen van inclusiviteit, van “je hoort erbij”,
Van een WIJ

Dank U, voor de Wij waartoe ik mag behoren
En dank U dat Gij U zo toegankelijk hebt gemaakt

Amen

 

In Mij,
Is er enkel een Wij
“Wij” is Mijn naam
Leer van Mij
En schep mee ruimte
Voor iedereen, zonder uitzondering,
Opdat ieder deel mag worden
Van jouw “Wij”
Van Onze Wij