Sneeuwigheid

Sneeuw. Terwijl de lente soms al voelbaar in de lucht hangt, wil ik toch nog wat over die heerlijke¬† sneeuwdagen schrijven. Want … het is nog winter terwijl ik dit schrijf. Sneeuw, dat is toch altijd een beetje magisch. Daar voelt zelfs de grootste volwassene zich een beetje kind door. En een aantal jaren geleden sneeuwde het zelfs in de Paasvakantie. Want als sneeuw iets doet, is het ons verrassen! We “plannen” geen sneeuw. We krijgen het, zomaar, cadeau. Als een geschenk uit de Hemel. Als iets puur dat onze aarde even bedekt, omarmt, en op een nieuwe manier doet zien. En we worden allemaal wat zachter… Al is het maar om dat maagdelijke witte sneeuwtapijt niet meteen stuk te maken. Om de sneeuw te horen “piepen” onder onze laarzen. Om voetje voor voetje, met meer ontzag, te mogen genieten van de schepping die er onder een laagje sneeuw nog mooier uitziet.

Dag Ongereptheid!

Oh, die eerste sneeuw… Zo gaaf, zo puur, zo zuiver! Zachtjes sneeuwen de dikke vlokken ons gras toe. De sprieten steken er als voelsprieten uit. De hele tuin zijn we al doorgetrippeld, maar dit ongerepte stukje willen we houden. Om te komen kijken hoe lieflijk het gras ondergedekt wordt. Om ons te verwonderen over dat wat nog onbetreden is… Als een beeld van zuiverheid. Van mogelijkheden. Van verwachting. Van een nieuw begin.

Welk beeld komt jou voor de geest bij woorden als zuiverheid en ongereptheid?

Dag ochtendgloren!

Ik weet het, ik schreef hier al eens over ochtendgloren. Maar je blijft maar “gloren”! Die kleuren! Die hemel, weerspiegeld in het water. De takken die het water toe wiegen. En het riet dat antwoord geeft. Hier breekt de dag aan, niet met trompetgeschal, maar zacht. Hier glijdt de dag binnen… Hier zingt de ochtend ingetogen. Hier is Zijn Glorie voelbaar… terwijl m’n voeten de weg naar de kathedraal zoeken… en mijn hart God hier al aanbidt.

Waar heb jij het laatst voelen “gloren”?

Dag sneeuwpop!

Een beetje ongelukkig dit jaar, want de poedersneeuw maakte het sneeuwpoppen maken een hele klus. We hebben je dus wat “bijeengeraapt”. Je stokken tot armen gemaakt. En een halve wortel was genoeg als neus, want anders viel je snoetje om.

Dus sta je er deze keer een tikje ongelukkiger bij. Geen hele familie meer. Geen sneeuwkippen dit jaar. Maar in al je kwetsbaarheid, in het hele proces dat niet van een leien dakje liep, sta je toch maar. Wankel, maar overeind.

Misschien staan wij soms net als jou, wat wankel, maar overeind…

Dag stad uit een sprookje!

Je mooie geveltjes zijn nog wonderlijker, vroeg in de ochtend. De bomen hangen vol lichtjes. De lantaarnpaal brandt. En de fiets poseert daar als voor een prentkaart. Ik ruik bijna het brood uit de oven, de vers gemalen koffie… Door alle ochtenddrukte van fietsers die naar school toe gaan, staan jullie daar, als een groepje huizenvrienden, vol licht en vol gezelligheid. Wenkend om binnen te komen. Trouw in de donkerte van de vroege ochtend.

Met wie hou jij je licht brandend, huis aan huis, zij aan zij?

Dag wuivend licht!

Zacht, wuivend, vederlicht zijn jullie normaal. Wuivend in de wind. Mee zwiepend, dansend, en als de wind hevig is, stevig slingerend door de tuin. Maar nu zijn jullie bedekt. Kreunen jullie misschien onder dat kapje van sneeuw. Staan jullie vermoeid, teer, verder te wiegen… Iets minder licht. Iets meer beladen.

Zouden jullie de sneeuw van jullie willen afschudden? Of is het goed, even toegedekt te worden?

Het licht gaat op, en daar wuiven jullie weer. Misschien iets langzamer, iets bedachtzamer. Met extra tederheid toegedekt, want jullie mogen ook rusten.

Gun jij jezelf de nodige rust?

Dag eerste stap!

Altijd een beetje onwennig, een beetje voorzichtig… De eerste stap, het ongerepte nieuwe begin betreden, kiezen waar je gaat, en dan… de stap zetten.

In het echte leven is het vaak moeilijk. Een eerste stap in een nieuwe fase, op onbekend terrein. Maar in de sneeuw kunnen we oefenen. Want de sneeuw lonkt. Het witte wenkt. Het pure nodigt uit. We willen niet gewoon toeschouwer zijn. We willen deelhebben… Deelnemen. Deel zijn.

Welke “eerste” stap blijft jou bij?

Dag vogelontbijt!

Mijn dagelijks begin van de dag, wordt vandaag nog wat prangender verwacht. Ik zie de tortel al kijken vanuit de boom van de buren. Twee dikke houtduiven staan klaar op het dak. “Is ze er al?”

Ja, ik kom. Ik ben er. Ik leg wat zaadjes voor jullie klaar. Trippel maar over de dikke sneeuw, over het afdakje heen, en vul jullie vogelbuikjes. Er is genoeg. En morgen weer. En overmorgen weer.

Kunnen wij vertrouwen dat er voor ons gezorgd wordt?

Dag stad die wakker wordt!

De slaap nog in de ogen. De huisjes donker, de eerste lichtjes aan. Nog dat beetje stilte. Nog dat vrije pad.

Straks rijden hier fietsers, en zoeken hun weg naar de school en naar het werk. Straks wordt er verkocht en klinkt er muziek in de winkels. Straks klinkt de beiaard en ontwaakt de stad. Maar nu nog even niet. Nu is het nog stil…

Welk moment van “stilte voor de storm”, koester jij?