Nieuwe lente

“Een nieuwe lente, een nieuw geluid”, zo schrijft Herman Gorter in zijn gedicht “Mei”. Het mag dan nog geen mei zijn, toch is de lente voelbaar. En is het zo wonderlijk dat ze zich elk jaar opnieuw aandient als ‘nieuw’. Bij andere seizoenen voelen we dat niet zo ‘ah, de nieuwe herfst”, of “ah daar is de winter weer”. Maar bij de lente, daar voelt vogel en mens, boom en elk levend wezen… er hangt iets in de lucht, er gaat iets nieuws beginnen. Ja zelfs tot in de kerk, klinkt doorheen de veertigdagentijd ook die stille hoop van de nieuwe lente van de verrijzenis, elke keer opnieuw. Wanneer alweer een nieuwe lente aanbreekt, voel je hoe iedereen zich klaarmaakt om de lente te verwelkomen! De grasmachines neuriën. Zwierige rokjes en jurkjes worden weer bovengehaald. De handschoenen gaan uit de rugzak, de zonnebril gaat erin. Op de fiets hoor ik iemand uit volle borst “Mooi weer vandaag”, zingen. Ik ga zonder jas de tuin in, laarzen aan, recht naar de kippen. Ja, we voelen het, eindelijk is de winter voorbij. We zijn o- zo- klaar voor weer een nieuwe lente!

Dag magnolia,
Op de éérste officiële lentedag, lag het internet plat. Je kan sakkeren op de telecommaatschappij. Maar ik zag er een knipoog van de Schepper in, dat het tijd was vanachter de computer, de natuur in te gaan. En had ik dat niet gedaan, dan had ik ‘m warempel niet opgemerkt! De eerste magnolia van het jaar! Fris, vers uit het knopje! Dat zachte donzige knopje dat ik al eens aaide als ik er voorbijkwam. Hup, zonder dat ik er erg in had, had dat zich ineens ontvouwd tot een prachtige frêle witte magnolia bloem! Bijna had ik het niet gezien! Wat was ik blij dat het internet het even niet deed…
Wat heb jij zoal ‘per toeval’ ontdekt?

Dag gezelschapsdieren,
Wie is er als de kippen bij, als de nieuwe lente zich aandient? Onze twee krielkippetjes! Ze voelen het gewoon, ze beginnen meer te scharrelen én… ze zoeken ons gezelschap op. Ik installeerde me even met een boek in de zon, en nog geen paar minuten later kwamen ze van het heel andere eind van de tuin tot bij mij gelopen. Eigenlijk scheidt een hek hun deel van de tuin. Maar als het zon is, als de nieuwe lente daar is, dan kan dat hek de boom in! Dan zoeken ze zich een weg, en huppelen één en al pluim zijnde, met een vreugde tot bij ons. Dan komen ze scharrelen onder de trampoline, maken zachte geluidjes en blijven het liefst in de buurt van waar ik zit. Of als het even kan, op schoot!
Wie voelt er in jouw omgeving als eerste de nieuwe lente aan?

Dag siergras,
Je hebt lange tijd aardig staan sieren, maar toen werd je droog en zwaar onder een pak sneeuw. Het is tijd. Tijd om je oude jasje uit te doen en plaats te maken voor jong groen. Een stevig snoeiwerkje. Dit jaar was het extra mooi. We wilden onze wat ouder wordende buurman verrassen door zijn siergras alvast te snoeien. Een werkje waar m’n zoon zich met mankracht op smeet. Akkoord, het is niet heel recht afgesneden. Maar met bloed, zweet en tranen werd het een werkje van burenliefde. Eentje in het verborgene.
En al je grasgeweld (want je slierten slingeren door de tuin met de wind), gaf nog een onverwacht geschenk. De nieuwe lente is nog niet goed en wel ingeluid, of kauwen en kraaien strijken neer en pikken je rondslingerende restjes gras op. Ideaal voor hun nest, hoor ik ze denken. En wat is er nu meer lente-achtig dan vogels die hun nestje maken…
Heb jij iets dat onverwacht een nieuwe bestemming kreeg?

Dag bedanktulpjes,
Je hebt gewone tulpjes, wou ik bijna schrijven. Maar eigenlijk zijn jullie tulpjes allemaal buitengewoon. Jullie knallen ineens, uit het niets, de grond uit. Als een soort natuurstartschot van de nieuwe lente. Een floraal trompetgeschal! In uitbundige kleuren. Eenvoudig en vol blijdschap. De tulpjes die Bobonne nog had geplant. De bloembollen die m’n man her en der had geplant. De bloemen die we vergeten waren en die uit bloempotten priemen. Maar jullie… jullie zijn van de héél verrassende soort! Ineens op klaarlichte dag bij me afgeleverd via de voordeur! Zonder te weten waarom, van waar of van wie!
En als ik dan mocht zien, van wie ze kwamen, en waarom, was er een ‘in het rond springende vreugde’ gemengd met ontroering. Want eigenlijk had ik die vriendinnen tulpjes moeten sturen. Eigenlijk zijn zij het die bloemen en steun en al wat mogelijk is verdienen. En toch krijg ik hier, totaal onverwacht, bedanktulpjes. Jullie knallen door m’n dagelijks leven! Zijn hartverwarmend! Dankje, dankjewel!!!
Welk gebaar heeft jou het laatst diepe vreugde gebracht?

Dag Hemel vol belofte,
Als de ochtend rood kleurt (ik weet niet hoe wetenschappelijk het is) heb ik toch het gevoel dat de dag mooi gaat worden. Dat de zon gaat schijnen! Dat het warm wordt, of toch, al is het kou, hartverwarmend! En zo, ben jij een Hemel vol belofte. Een belofte voor de nieuwe dag, een belofte voor wat nog niet is maar zal aanbreken! Een nieuw schilderij, elke morgen met prachtige penseeltrekken en unieke kleuren geschilderd. Als was het speciaal voor mij. Als een bijzondere goeiemorgen.
Recht in mijn gezichtsveld, zie ik wat me zo spreekt van de belofte. De toren, gebouwd om tot aan de Hemel te reiken. De toren die spreekt van de Hemelse belofte. Van zoveel meer dan wat we hier zien. En ernaast, een enorme boom in wiens takken zoveel vogels zich nestelen. Die twee te zien, elke morgen weer, in een hemel vol belofte… Wat een zegen!
Wat is jouw lievelingszicht wanneer je uit het raam kijkt? Zie je diezelfde Hemel vol belofte?

Dag Lentelicht,
Zelfs in de kathedraal bloeien bloemen! Zelfs daar is de lente zichtbaar. Al is het recht in de veertigdagentijd, al is het tussen paarse tulpen (zie je, altijd bijzonder), toch priemt Je Licht van Pasen al binnen… Toch klinken er al voorzichtige Alleluia’s in de stilte. Toch breekt de uitbundigheid van de niet te stoppen schoonheid van de Schepping, de soberheid van de vasten. Toch breekt je lentelicht het eeuwenoude gebouw binnen, altijd weer vertellend, zingend, fluisterend van Die Ene, het Licht dat in de wereld gekomen is…
Er is haast geen mens die hier, in de kathedraal, als gelovige, als bezoeker, als toevallige voorbijganger, niet geraakt wordt door hét Licht. Zacht Lentelicht dat ons ontroert. Teder Paaslicht dat door het lijden breekt. Licht dat spreekt van de Hemelbelofte. Van de in het rond spring tulpen. Van de knipogen van de Schepping. Van nieuwe bestemmingen. Van onuitsprekelijk veel dat we er stil van vallen.
Waar zag jij laatst het Licht?

Dag lentebord,
Dit op restaurant te eten krijgen, was een feestje! Oh, wat ben je mooi! Dat bordje met die fijne blaadjes. Die stiekem hartige wafeltjes- een beetje kinderplezier, ongegeneerd als lunch! Wat zachte avocado, lichte zalm. En dan de kleintjes die het maken! De royaal gestrooide zaadjes! De verse kruiden! De kleurige gepekelde ajuinslierten! Dit bordje luidde culinair de nieuwe lente in. (op twee kwam het eten van asperges). Een plezier voor het oog, een schilderijtje op het bord, en zo heerlijk om op te smullen. Licht en verrassend, fijne texturen en boordevol smaak en geur. En dat in top gezelschap.(het soort waarmee ik zo hard gelachen heb, dat ik vreesde dat ze ons gingen wegsturen wegens geluidsoverlast)
Welk gerechtje luidt voor jou de lente in?

Dag villa,
Zo noemen we je. Geen hut. Geen huis. Geen tent. Geen burcht. Geen kasteel. Maar een villa. De houten verpakking van het gigantische tuinbeeld van de buurvrouw was genoeg voor een hele zomer plezier. De plek om ijsjes te eten, hotdogs op te smullen, geheimpjes te vertellen, gezelschapsspelletjes te spelen, met vriendjes op te drogen na het zwemmen, de kippen op schoot te nemen, … Nu heeft de villa al wat doorstaan. Het zeil is aan flarden. Uit het nepgras op de grond groeien paddenstoelen (dus dat werd eventjes netjes toegeklapt). De verjaardagslichtjes hangen er nog. Ja, villa, je spreekt weer van een nieuw seizoen. Van nieuwe avonturen, klaar om geschreven te worden!
Heb jij een geheime lievelingsplek?

Dag Petillan,
Zo heet je. Zo heeft m’n zoon je genoemd. Op pyjamadag mocht hij een knuffel mee naar school nemen. En in de klas van allemaal kinderen die stilletjes “te groot” geworden zijn voor de lagere school, bleek jij onverwacht de ster van de dag! Jongens en meisjes wilden op je monkey-sitten! Ze kleedden je aan, ze pasten op je, ze speelden met je. En thuisgekomen, bracht je weer dat zo speelse, die heerlijke onschuld in m’n stevig groeiende zoon. Je mocht mee aan tafel aan een kleine stoel. Je kreeg een iniminie glaasje en een banaan. ’s Avonds maakte m’n zoon een bedje voor je uit een wasmand met een dekentje en een kussen. Je kreeg een pyjama aan en legde je te slapen bij hem, in je aparte bedje. En ’s morgens was het kijken of je wel lekker geslapen had en hem niet te zeer had wakker gehouden. Petillan, wat ben ik blij dat jij het kind nog even levend houdt in mijn zoon en zijn klasgenoten!
Wat doet jou weer spelen?

Dag nieuw perspectief,
Meestal zit ik aan de binnenkant. De binnenkant van de kathedraal en de binnenkant van de Sacramentskapel. Maar vandaag bekeek ik beiden uit jouw ander perspectief. Dezelfde ruimte, een andere plek. En de takken van de bomen met wie ik, net als de toren, tot de Hemel wil klimmen. Samen zoeken ze, reiken ze, neigen ze, groeien ze, raken ze bijna… Nog even dor, nog even zonder bladeren. Maar de nieuwe lente brengt de belofte, ook van wat we nog niet kunnen zien… Van wat in een ander licht zal komen te staan. Van nieuw groen, van nieuw leven, van Verrijzenis.
“Een nieuwe lente”… van hieruit weer helemaal nieuw, weer helemaal anders en tegelijk met dezelfde, eeuwige belofte. Dat de dood niet het laatste woord heeft. Dat aan kale takken weer nieuw Leven groeit.
Welk perspectief wekt in jou nieuwe hoop?