Kippenlockdown

De vogelgriep is in het land. En dat betekent ophokplicht. Of eigenlijk, een ‘kippenlockdown’. De arme beestjes weten niet goed wat er gebeurt. Tevoren konden ze in de hele tuin rondscharrelen. Nu moeten ze tevreden zijn met de kleine omheining. “Blijf in uw kot”, klinkt het. Omwille van een besmettelijke ziekte die ze niet aan zagen komen… klinkt bekend? Ja ook kippen hebben te maken met de lockdown en zijn eigenheden.

Zoals behuizing. Lockdown is voor niemand leuk. Ook niet voor kippen. Maar dan hebben onze kippen het nog een tikje beter met een “kleine omheining” die groter is dan die van de kippen van de buren waar we nu ook voor zorgen. Zij moeten met vijf in één kot, en in een omheining die veel kleiner is. Ik moet denken aan de mensen die tijdens de lockdown een huis met tuin hebben- en dan is het al moeilijk-, maar nog meer aan een groot gezin dat het op een klein appartement moet klaarspelen. 

En met veel op elkaar, dat geeft al wel eens ‘ruzie in’t kot’. Zelfs interkippelijk geweld. Al kan het ook een rat geweest zijn. We vinden een gewonde kip bij de buren, de haan die haantje de voorste wil spelen. En vreemd genoeg niet veel lawaai, maar net stilte… onmacht? Berusting? (ze kunnen er toch niet uit) Onbegrip? Geen idee. Ik moet denken aan de uitdagingen die de lockdown ook bij mensen geeft: het ‘te dicht’ opeen zitten, werk en privé die door elkaar lopen, echtelijke spanningen, parentale burn out,  een toename van huiselijk geweld, en mentaal lijden… 

Toen we hoorden van die besmettelijke ziekte, moesten we ‘maatregelen’ nemen. We moesten creatief zijn. Werken met wat we hebben en er het beste van maken. Ook dat klinkt herkenbaar. Ik herinner me nog de vroegochtendlijke wandelingen in lockdown tijd, het zo veel mogelijk tijd in de tuin doorbrengen, van huiswerk tot tuinpicknick, het spelletjes maken om die maaltafels er toch wat aangenaam in te krijgen, thuisonderwijs deed ons zo creatief mogelijk omgaan met wat er was.

Mijn zoon en ik trekken onze vuile jas aan, trekken het tuinkot in, en komen buiten met draden, netten, plastiek die we normaal over de aardappelen leggen, kapotte elektriciteitsdraden, sluitingen van vuilniszakken, tangen en scharen.
We improviseren een lockdown onderkomen voor onze kippen. “Wildevogelvrij”. Of beter “Vogelgriepvrij”. Met tomatenstokken om toch zelf nog gemakkelijk binnen te geraken. Met plastiek die over zijn speeltoestel wordt getrokken. Met het spotten en toedekken van gaten waar anders  kraaien en andere vogels zich naar binnen zouden werken. Onderaan het draden hek, waarlangs we naar binnen komen, maken we nog een extra flap plastiek vast. 

Je ziet de kippen denken: “Dat kunnen ze niet menen!” Ze kakelen aan het hek. “Toch niet toe? En dan nog vanonder ook? De ontsnappingsroute van Fiepie geblokkeerd! Hoe durven jullie!”

Sorry kippen. Ik weet dat jullie het nu niet verstaan. Dat het alleen maar een inperking van vrijheid lijkt. Maar het is wat nodig is, zodat jullie niet ziek worden. Zodat er zo min mogelijk anderen worden besmet. Weet dat mensen met dezelfde vragen zitten… Ik hoop dat zij het een beetje beter begrijpen.