Heer,

Ik zal eerlijk zijn
Ik had het niet altijd zo met Uw huis dat we de kerk noemen
Ge huist overal
En ik denk dat Ik U makkelijker vond
In de schoonheid van de Schepping
In de levendigheid van het gezinsleven
In het gewoel op de markt
In de rust als de avond valt
In een gezicht dat spreekt van een heel leven
In de zon die doorbreekt op een koude dag,
Of de regen die het land doordrenkt na een tijd van droogte

Maar minder, achter die dikke muren,
En kleurrijke glasramen,
Achter oude kunstwerken,
En in kronkelende wierook
Alsof Ge U verstopte
En ik U daar, toch niet helemaal, vond

Maar Gij huist ook
in Uw kerk,
En wonderlijk genoeg,
Heb ik U daar weer
Mogen vinden

Niet achter dikke muren
Maar in eeuwenoude woorden
In gebaren van leven
In Brood dat de honger stilt
In het woordeloos spreken van hart tot hart
In eenvoud, temidden van pracht,
In een toegewijd hart,
In gebaren, zo vertrouwd
Dat het thuiskomen is

En in U
Die onze honger wil stillen
Die woorden spreekt, waarop we gewacht hebben
Als we ons weer laten verrassen
Als we het nog eens aandurven
Meer dan een voet
Binnen te zetten

In U
Die U niet wil verstoppen
Maar laten vinden

Overal


Amen

 

Ik wil niet liever
Dan je honger stillen
Kom dan,
Dan geef Ik je Mijzelf
In Woord en in Brood
Kom thuis
Want Mijn huis is jouw Thuis

Ja, overal ben Ik thuis
Maar ook daar, zeker daar,
Blijf niet aan de deur staan
Maar ga binnen
Wees kerk
Samen
In Mij