Helpen

“Zou je geen hulp vragen?” vroegen vrienden toen ik vertelde dat m’n man een tijd lang in het buitenland zat, en het best zwaar was er alleen voor te staan. Hulp vragen? Dat deed ik toch al? Ik deed wat ik kon, want had mensen nodig om de momenten dat het écht nodig was, op m’n zoon te letten. Zo begonnen de repetities die in het weekend doorgingen, voor een concertje. En dus was het zoeken naar opvang op de momenten dat ik er niet kon zijn. Met een mooi vol geplande agenda, ruim op voorhand ineen gepuzzeld leek ik hulp te hebben geïntegreerd in een periode die zwaar beloofde te worden. Maar… er is zwaar en zwaar. Mijn eigen gezondheid is al niet super. Maar toen mijn zoon ziek werd, en daarna ikzelf ziek werd, en dan opnieuw m’n zoon ziek werd, was het tijd voor hulp 2.0. Ja, ik zou hulp moeten vragen… Ik zou een versnelling hoger moeten schakelen om hulp te durven vragen aan mensen die ik misschien lang niet had gehoord, of voor dingen die ik anders zelf had gedaan. Maar nu kon het niet anders. Ik kon niet met griep, mijn zoon afzetten aan de school, boodschappen doen, en meer van dat soort dingen. Het werd dus een leerschool in hulp vragen, en in zoveel hulp mogen ontvangen dat het me nog ontzettend dankbaar stemt! Zoals deze druiven, die ik niet vroeg maar toch kreeg, en die precies waren wat ik nodig had…

Dag buurmedicatie,

De eerste noodsituatie deed zich voor. Ik was alleen met m’n zoon, en mijn koorts ging sterk omhoog. Ik had maar één soort koortswerende medicatie, maar als de koorts te hoog was, zou ik moeten kunnen afwisselen. Ik vroeg dus of de buren de medicatie in huis hadden die mij ontbrak. Ze hadden het niet, maar gingen zelf bij buren rondhoren tot ik een doosje medicatie thuis kreeg. Vol buren-behulpzaamheid. Met nog de verzekering dat ik gerust mocht bellen, zelfs ’s nachts, moest het niet gaan. Beter een goede buur, dan een verre vriend zeggen ze wel eens. Ik hou van beiden 🙂 Maar die goede buur is toch echt goud waard!

Dag grondwitloof,

We moeten er altijd om lachen, de specificering grondwitloof alsof er ook luchtwitloof of boswitloof bestaat. Maar ik moet toegeven, deze bundeltjes grondwitloof, in een wit papiertje, vers van de boer, door m’n ouders meegebracht, was een pakje liefde. Een pakje smaak. Een pakje volheid. Een pakje als een cadeautje in de frigo. Als herinnering aan een heerlijke dag waarop mijn ouders gezelschapspelletjes speelden bij het haardvuur met hun kleinzoon, terwijl ik mocht gaan zingen. Hulp uit volle grond.

 

Dag groene bananen,

Dat was één van de weinige dingen die ik kon eten toen de koorts hoog was. Dat bracht de ‘boodschappenservice’ mee, de man van mijn nicht die tegelijk boodschappen voor me deed én taxichauffeur wou spelen om mijn zoon op tijd naar school te brengen. Al hadden we elkaar even niet gehoord, direct stond hij paraat, en deed een babbeltje in de auto met zijn zoon. Om hem terug te brengen, vroeg ik hulp aan een vriendin. Geen idee wat voor auto ze had, maar ze vroeg eens ‘als je hulp nodig hebt, dan zeg je ’t maar’, en ik dacht: welja, nu is het het moment. En… nu bleek, toen ze mijn zoon van school kwam halen, dat ze toch geen supercoole Tesla auto had zeker? Met deuren die omhoog konden? Mijn zoon was in de wolken! Wat een hulp was, werd ineens een attractie! 

Dag bidders,

Hulp vragen, dat is ook gebed vragen. Want net als autoritjes en boodschappen, is gebed even wezenlijk, concreet en helpend. Ik ben zo dankbaar om iedereen die mee voor me heeft gebeden. Wanneer ik niet naar de mis kon, deed ik de kaars aan, en bad op hetzelfde ogenblik als de gemeenschap, de rozenkrans. En volgde mee in de missaal app de mis. Het was een moment van verbondenheid. Ik kon de toren zien van uit m’n huis. Ik geraakte er niet, maar in gebed was ik er toch. En waren zij in gebed bij mij. Hoe heerlijk is het zo gedragen te mogen worden… door de gemeenschap én door God bovenal.

Dag ‘petite motivation’,

Er was hulp nodig voor de boodschappen, voor het auto rijden, maar ook… om mijn zoon te motiveren en helpen voor zijn huiswerk! Hij had een grote toets van Frans, en ik had niet de energie te gaan trekken en sleuren om hem in gang te zetten… De vriend die zelf vader is, wist de manier om mijn zoon te motiveren. Terwijl de pagina’s Frans erdoor gingen, werd er af en toe beloond met “une petite motivation”. En ja, dat hielp. De Franse woordjes gingen erdoor, net als de donuts…

Dag versgebakken brood!

Ken je dat? Die passage in de Bijbel waar als iemand vraagt om één mijl te gaan, ga er dan twee mee? Dat is pas hulp! Meer dan gedacht. En dat was het soort “hulp 2.0” dat ik mocht ervaren. Steeds meer, met zoveel hartelijkheid, vriendelijkheid, genegenheid, overvloed. Meer dan ik kon vermoeden. Een vriendin van me zou mijn zoon komen helpen om een boekvoorstelling te houden. Ze vroeg me op voorhand of ze nog iets kon meebrengen. “Een brood” zei ik. “Mag dat ook een zelfgebakken zijn?”  En zo stond die vriendin de volgende ochtend aan mijn deur met een zelfgebakken brood én een broodsnijmachine  om meteen verse boterhammen te kunnen afsnijden!

Ze had mijn zoon nog nooit ontmoet, en hij is wat van het verlegen type. Maar ik moest echt rusten. Dus liet ik de twee alleen. En wat was het heerlijk, boven in slaap te kunnen vallen, met beneden die twee die elkaar direct vertrouwden, babbelden en giechelden. Het broodje was gebakken. De presentatie was gemaakt. En mijn zoon leerde doorheen die week dat onze familie nog zoveel groter is… dat er zoveel mensen zijn die hij ook mee vriend mag noemen. Wondermooi…

Dag marsepein,

Het was zondag en ik was met mijn zoon thuis. De hele morgen had hij al gesproken over hoe hij (hoewel het totaal niet het sinterklaasseizoen is) zin had in marsepein en of we geen marsepein zouden maken. De bel ging. Een goede vriend die wist hoe hartzeer het me deed om niet naar de eucharistie te kunnen gaan, bracht me daarom de H. Communie aan huis. Hij kwam binnen, we deden een gebed en ik mocht het grootste geschenk ontvangen dat denkbaar is… de Helper zelf, de Heer, in het Levend Brood. Maar hij had niet alleen Levend Brood mee… Ook een klein papieren zakje dat hij bovenhaalde. “voor u”, zei hij tegen mijn zoon.”er zit lekkers in. Amandel en appelcake.”  Hij vertrok. We deden het zakje open, met de amandel en de appelcake. En er zat nog een pakje in. Iets klein in een groene serviette. We deden het open en onze mond viel open van verbazing: “Marsepein!” De Heer wist wat ik én wat mijn zoon verlangde, zelfs nog voor het te hebben gevraagd!