Goddelijke Renovatie

Al maanden zijn ze aan het renoveren in de kathedraal. Eerst het dak. De rest volgt. Er staan stellingen, er klimmen mensen op en aan, er zijn liften en kranen te zien. Maar de meest bijzondere renovatie, is die aan de binnenkant. Die zonder stellingen. Die “renovatie” die misschien met het blote oog, op het eerste zicht, niet zichtbaar is. En die tegelijk gebeurt… Een renovatie, een hernieuwing van de Kerk zelf! Een plek waar Christus weer wakker wordt in de harten van mensen, waar er oprecht gebeden wordt, waar er een groeiende, warme gemeenschap is, waar mensen openbloeien, waar de Kerk met een hoofdletter leeft! Die renovatie is niet gewoon een zaak van een bestelwagentje vol mensen met goede bedoelingen. Het zijn werken die God zélf in beweging zet… “Zie, Ik begin iets nieuws, het is er al, zie je het niet?” (Js 43:19)

 

Zeer inspirerend is het boek “Divine Renovation” van de Canadese priester James Mallon (Twenty Third Publications, 2014). Hij beschrijft hoe parochies opnieuw tot leven kunnen komen! Te lang is er gehandeld vanuit een “onderhouds” idee. We “onderhouden” de kerk zoals ze nu is. We houden haar in stand, we doen wat kleine dingetjes links en rechts, maar rechthouden en bewaren wat we (nog) hebben, vraagt al méér dan werk genoeg. Dus daar hebben we onze handen mee vol. Rechthouden wat nog is. Maar wil de Kerk echt vernieuwing mogelijk maken… niet het soort tijdelijke ‘make over’ aan de buitenkant, maar een diepe, grondige renovatie die de harten vernieuwt, dan is er een andere houding nodig. Eentje van “missie”. Een woord dat als katholieken misschien direct allergische reacties oproept… Waar we denken aan “missionering” in kolonies vroeger. Of “bekeringsdrang”, die met opdringerigheid wordt geassocieerd. En we voelen ons al helemaal ongemakkelijk schuifelen, bij de idee dat ‘missie’ deel zou uitmaken van de Kerk, laat staan dat we er zelf toe uitgenodigd worden.  En toch, fatherJames Mallon toont in zijn boek, door zijn eigen ervaringen in de Saint Benedict Parochie in Halifax, wat er mogelijk is als we uit onze ‘onderhoudsmodus’ komen en God aan het werk laten… Als de renovatiewerken beginnen (en daar hoort ook afbraak bij)… Op een heldere, praktische, stevig gefundeerde manier, wordt doorheen het boek een enorme hoop geboren… Wat is er allemaal mogelijk als we God de kans geven om Zijn Goddelijke renovatiewerken te laten beginnen?

Het hele boek is een enorme aanrader. Ook de website en het aanbod aan vormingen en congressen over divine renovation, waar je hier meer over kan vinden. Maar om jullie al even te laten proeven, deel ik hier 10 puntjes uit het boek die me bijzonder zijn bijgebleven.

1. Alles begint met, en draait om de ontmoeting met Christus. Dat lijkt de evidentie zelf. Maar dat is het niet! Het is niet omdat de meeste katholieken de initiatie-sacramenten hebben ontvangen, dat ze vanzelf leven vanuit de ontmoeting met Christus. Dat ze Hem ontmoet hebben als de Levende! Niet alleen diegene over wie ze gehoord hebben in de catechese als kind, of in de preek zo nu en dan, maar als de Persoon Jezus die voor hen betekenis heeft gekregen! Die hun leven verandert! Als we beseffen dat het daar begint, met Jezus, met onze ontmoeting met Hem die ons bekeert, verandert, transformeert… dan vloeit eruit voort dat we Christus ook willen doorgeven. Zoals kardinaal Suenens eens schreef “Een christen is pas ten volle christen als hij Christus doorgeeft”. Als we Hem werkelijk hebben ontmoet, willen we Hem volgen, net zoals Zijn leerlingen. En willen we vanuit een aanstekelijke liefde, Hem ook leren kennen en anderen tot Zijn leerlingen maken. Doen we dat niet, dan negeren we de wezenlijke taak van de Kerk en stellen we ons tevreden met “onszelf” en “onze groep getrouwen” te dienen…

 

2. Klerikalisme. Bij klerikalisme denken we snel aan de clerus die zich  verheven boven de gewone gelovigen voelt. De herder weet het best. We hebben maar te volgen. “Wie Christus voor mij is? Dat werd ons nooit gevraagd. We moesten geen vragen stellen, maar gewoon de antwoorden uit de catechismus leren”, vertelde me onlangs iemand. Klerikalisme kan zich evenzeer voor doen bij leken. “We hebben het al altijd zo gedaan en zo doen we het voort”. “Laat dat maar aan ons over.” Maar een heel belangrijk aspect van dat klerikalisme, is dat eigenlijk de “gewone gelovigen” zélf ook de verantwoordelijkheid uit handen hebben gegeven. Als ze gewoon komen opdagen voor de mis en op de stoelen zitten (en rechtstaan en zitten en wat opzeggen waar nodig), dan hebben ze wat hun betreft, eigenlijk al hun plicht gedaan. De verantwoordelijkheid voor ‘geloof’ en het ‘groeien in geloof’, dat wordt doorgegeven aan de ‘specialisten’. Father Mallon vertelde van een seminarist die eigenlijk binnen ging om intenser te kunnen groeien in geloof, meer tijd te maken voor gebed, dat soort dingen. Maar dat, zo vertelde hij, is eigenlijk de roeping van élke gelovige, van elke gedoopte! Alleen hebben we dat misschien wat “uit handen gegeven”, wat “doorgegeven”… de “erg religieuzen”, die kiezen dan maar voor het religieuze leven. Met een soort passieve, lauwe houding van de ‘gewone gelovigen’ als gevolg…

 

3. Geestelijke maturiteit. Als volwassen gelovige is het vaak van de catechese als kind geleden, dat ze vorming hebben gekregen in geloof. Veel mensen zijn spiritueel nog ‘kind’ eigenlijk. Er is de catechese van vroeger, en het nu in de kerk zitten. Maar geloven, dat gaat over de ontmoeting met Jezus. En dat is een voortdurend groeien. Niet van “we zijn er en we rusten uit op de kerkstoelen en bekijken alles van hier.” Father Mallon vertelt zo van een aanbod dat hij deed in geloofsvorming aan zijn gelovigen, en iemand bleef maar zeggen “I am not that religious”. Als om te zeggen: je bezighouden met geloofsgroei, dat is iets voor anderen, voor pastores en leerkrachten godsdienst en priesters en diakens en zo. Maar dat hoef je van mij niet te vragen! Als de lauwe kerk weer een levendige kerk wil worden, waar Christus werkelijk de Levende wordt in ons leven, dan moeten we ook willen groeien in geloof, ons hele leven lang! Dat kan met vorming, met initiatieven en verbindingsgroepen om elkaar te ondersteunen, met een soort initiatie en tegelijk verdiepingscursus van het christelijk geloof, met een aanbod op elk moment in het (geloofs)leven. Alpha is daarbij een beproefde methode, die mensen echt doet groeien in geloof. Ik schreef er hier meer over.

4. Gastvrijheid. Een kerk die niet gastvrij is, is ten dode opgeschreven. Maar een gastvrije club zonder Christus, is ook geen kerk. Het is opvallend hoe centraal father Mellon gastvrijheid zet in vernieuwde parochies. Een cultuur van gastvrijheid. Dat mensen zich werkelijk onthaald weten. Dat ze aangesproken worden. Dat ze zich mogen ‘inschrijven’ als het ware, in een gemeenschap waar ze deel van mogen uitmaken en ook toe bijdragen! Gastvrijheid als een belangrijke klemtoon, in elke liturgie, in Alpha, in de gemeenschap, op zovele wijzen… Zo communiceert de gastvrijheid in Alpha, iets van Gods Barmhartigheid, wat ons transformeert, mee maakt dat we ook Christus willen volgen, en dat zo ons eigen gedrag ook verandert. Denk eens na over hoe je eerste ervaring van de kerk was, voor je er vaker begon te gaan? Hoe de ervaring is voor niet-kerkelijken? Het zijn vragen die father Mallon stelt en die voor ons, hier, even eye-opening zijn. Zo herinner ik me de eerste keer in de kathedraal, een plek die nu werkelijk mijn thuis is geworden. Maar ik weet dat ik in het begin overweldigd werd door de grote ruimte en niet in de middenbeuk durfde zitten, dat ik wat onder de indruk was van de orgelmuziek, dat ik hoopte contact te maken met anderen en een jonge vrouw aansprak maar ze was snel weg, dat het toch wel een tijd heeft geduurd eer iemand mij aansprak. Terwijl het nu helemaal anders is. En de cultuur ook zo onthalend is, met kinderen die de boekjes al uitdelen bij het binnenkomen, met een ontmoeting met drankjes en lekkers na elke viering, met een groeiende groep aan geweldige broers en zussen die ik mocht leren kennen. Maar de vraag van father Mallon houdt ons scherp. Laat me terugdenken aan die dag. En zorgen dat de nieuwkomers zich echt welkom voelen. Dat ik niet in de val trap om enkel na te praten met de mensen die ik al ken…

5. Het belang van de  Heilige Geest. In de christelijke theologie, staat het mysterie van de triniteit centraal, dat van de incarnatie, en dat van God in ons, doorheen de Heilige Geest. Maar de Heilige Geest is iets waar we nauwelijks ervaring mee hebben. Father Mallon drukt het zo uit “Theologically; we are Trinitarian, but too often, in practical terms, we are binitarian of even unitarian.” (Divine Renovation, 2014, p. 183) Het is iets dat me ook is opgevallen, zowel in de opleiding theologie, mijn vroegere ervaringen in parochies, of tijdens de catechese en godsdienstlessen uit m’n schooltijd. De Heilige Geest is een beetje de afwezige. De “underdog” van de triniteit. Er wordt nauwelijks over gesproken, laat staan dat we worden uitgenodigd hoe Hem te ervaren! Het is echter precies die Heilige Geest die wezenlijk is in parochievernieuwing. Want Hij is het die het onmogelijke doet. Die Goddelijk renoveert. En Hij is het die onze harten kan omvormen. Dus al is Hij een beetje ‘onbekend terrein’… tijd om Hem beter te leren kennen!

6. Al onze zintuigen. In de Goddelijke renovatie, worden alle zintuigen aangesproken. Zo heeft father Mallon het over het belang van aantrekkelijke muziek, die het hart raakt, die verschillende generaties kan aanspreken. Ik herinner me nog een viering in Londen vele jaren geleden, waar de muziek zo naar het hart ging dat het werkelijk voedend en ‘uplifting’ was…  Liederen die je in gebed en dankzegging trokken. In mijn beleving kwam dat toch anders binnen dan de typische zingt jubilate op zondag. Father Mallon beschrijft ook onze angst om werkelijk met alle zintuigen het geloof te beleven. En ook ons ‘gebrek’ aan ervaring met de Heilige Geest. We hebben een ‘angst’ voor het emotionele, wat niet typisch katholiek, maar eerder typisch West-Europees is. “We are emotionally constipated when it comes to expressing our faith. We draw back in horror, fear or suspicion at anything that appears to be enthousiasm, and quickly label it as charismatic.” (DR, 2014, p.185) We voelen ons ‘veiliger’ in de wereld van ideeën, schrijft hij nog, dan in de realiteit ervan! Terwijl bij een sportwedstrijd of concert mensen geen problemen hebben om hun emoties de vrije loop te laten. Waarom niet in de kerk?

 

7. Gebed. De motor van vernieuwing, de motor van de Goddelijke Renovatie, is de kracht van gebed. Father Mallon sprak van een bijeenkomst met priesters, die het wel gewoon zijn samen het breviergebed te bidden, maar niet om werkelijk persoonlijk voor elkaar te bidden. Toch was het zo’n sterke ervaring, wanneer ze hun kwetsbaarheden konden delen en konden bidden, werkelijk persoonlijk, voor en met en om elkaar. Ook voor de ontwikkeling van visie, leiderschap, de hele concretisering op weg naar een Levende Kerk. Dat zijn geen actieplannen met subdoelen, maar het wordt telkens geboren vanuit gebed. Daarbij komt ook het geloof! Het geloof dat vernieuwing überhaupt mogelijk is! Father Mallon vertelde van iemand die een workshop gaf en daarin het volgende zei “This is the part where I tell you how great my parish is, and how much yours sucks.” (DR, 2014, p.248) Grappig natuurlijk, maar ook wel herkenbaar misschien. Want het is makkelijk om dan te denken “ja, maar dat kunnen zij. Maar hier gaat dat niet. We hebben de middelen niet. Onze context is anders. Er is geen draagvlak voor…” We kunnen heel wat redenen bedenken waarom vernieuwing NIET gaat. Maar we hebben toch een theologische hoop die we mogen koesteren? Als we geloven in God, die wat dood is, tot leven kan wekken, die de Schepper is van al wat leeft, die Zijn Geest heeft uitgestort die zelfs bange leerlingen in moedige apostelen transformeert… Waarom zouden we dan niet geloven dat Hij, ook nu, ook vandaag, ook in onze kerk of onze context, wonderlijke dingen kan doen?

8. Dienstbaarheid vanuit charisma’s. Vaak zien we dienstbaarheid  vanuit de taken die er opgenomen moeten worden. Dit zijn de noden, dit zijn de ’taakomschrijvingen’, en dan wordt er gezocht naar mensen die deze kunnen invullen. Dat zijn niet noodzakelijk mensen die goed zijn in die dingen, of die er plezier in scheppen, maar wel de ‘brave zielen’ die de steeds zwaarder wordende taken rechthouden. Maar wat als je dienstbaar maken, wordt bekeken, niet vanuit de noden en ‘vacatures’, maar vanuit de talenten en sterktes van een persoon. Als de door God gegeven gaven centraal staan, dan gaat de dienstbaarheid ook zoveel mooier en vruchtbaarder worden! Zo merk ik zelf in onze kerk, dat ik als vrijwilliger actief mag zijn, zonder een ’to do lijst’ of ‘functieomschrijving’ of een spreekwoordelijke badge. Ik mag mijn talenten inzetten om samen deel te zijn en bij te dragen aan het lichaam dat de Kerk is. Hoe levengevend is dat! Zou dat ook geen boeiende kijk zijn op vrijwilligerswerk, zowel in parochies als in andere contexten? Eerst de charisma’s ontdekken en dan zien wat daaruit voortvloeit wanneer die kunnen worden ingezet!

9. Gedeeld leiderschap. De pastoor moet het niet meer allemaal alleen doen. Vanuit het doopsel zijn we allemaal geroepen verantwoordelijkheid te nemen voor de Kerk. En daarbinnen kan een leiderschapsteam worden samengesteld, waarin het belangrijk is dat de charisma’s complementair zijn. Er zijn apostelen nodig, die het evangelie gaan verkondigen, die op zoek gaan naar wie verloren is. Er zijn profeten, die, gedreven door de Heilige Geest, dingen in waarheid durven zeggen. Er zijn evangelisten die de Boodschap verspreiden en zien hoe mensen erop reageren. Er zijn pastores die mensen helpen groeien in geloof, en zich ten dienste stellen aan vb de zieken. En er zijn leraren die bijvoorbeeld instaan voor geloofsvorming. Ze zijn allemaal nodig in de Kerk, maar toch is het opvallend dat in het seminarie de klemtoon vooral op ‘herderen’ ligt, en binnen een theologische opleiding op pastores en leraren. Maar waar worden profeten, evangelisten en apostelen gevormd? Hoe kunnen die charisma’s ook ten volle gestimuleerd worden en een plaats krijgen in de Kerk?  

10. Een visie die gelooft! Met visie wordt er gesproken over een visie van waar we naartoe willen… Een soort doel, als de naald  in een kompas. Dat kan kort zijn. Dat is geen hele uitgeschreven visietekst. Maar dat is wezenlijk, een gedeelde visie hebben die in beweging zet… En daar mogen we wat groot in denken! Tegenover de ‘onderhoudsmentaliteit’ waar verandering allemaal goed en wel is, zolang we zelf niet moeten veranderen, staat een heel andere houding. “Wat als…” Wat als de Kerk er zo en zo zou kunnen uitzien? We mogen daarin durven dromen en geloven, opdat we de lamp niet onder de mat steken, maar op een standaard! Vaak is er te weinig geloof bij het opstellen van een visie. We denken aan wat haalbaar is, maar God kan véél meer. Is je visie groot genoeg voor de God in wie we geloven?

Hoe kan die toekomstgerichte visie eruit zien? In Evangelium Gaudium (nr.8), omschrijft paus Fransiscus de visie van parochies :”It is a community of communities, a sanctuary where the thirsty come to drink in the midst of their journey, and a centre of constant missionary outreach.” En zo zijn we terug bij missie, als een inclusio van al het andere. Missie, niet als iets willen opdringen. Maar wel het besef dat niét missionair zijn eigenlijk bijna egoïstisch is. Wanneer je een Bron gevonden hebt in de woestijn, en de rest is dorstig, kan je toch niet nalaten te delen over die Bron? Bovendien is missie niet gewoon een kers op de taart, of een accentje voor zij die dat willen. Het is waartoe kerk zijn geroepen is. “The Church does not have a mission but it is a mission”, schrijft father Mallon. (DR, 2014, p.281)

“Ga er daarom op uit om alle volken tot mijn leerlingen te maken. Doop hen in de naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest. Leer hen altijd te doen wat Ik u heb gezegd.”, zo lezen we in Mattheus 28, 19-20. En gelukkig moeten we dat niet alleen doen: “En vergeet dit niet: Ik ben altijd bij u, tot het einde van de tijd.”