Zomerse Joyspotting
Joyspotting. Het is een manier van kijken waar ik hier al eerder iets over schreef, geïnspireerd door Ingrid Fetell Lee. Zoals het woord het zegt, is het een uitnodiging om opmerkzaam te zijn voor die hele kleine doodgewone momenten die een glimlach op je gezicht toveren. Dat kan zijn bij het ontdekken van een hartjesvormige aardappel uit de tuin. Bij het aantrekken van je favoriete flodderbroek en Tshirt. Bij een lied dat je al vergeten was, dat vraagt om te bewegen. Bij een kleurencombinatie waar je blij van wordt (dat was hier onlangs de ontdekking van koraal en magenta samen). Een vriendin spotte joy en toonde me de foto van haar nieuwste kamerplant, een prachtexemplaar in paars! En soms valt de “joy” je letterlijk in de schoot. Een helicoptertje dwarrelt op m’n knieën terwijl ik mijn zoon opwacht. Joyspotting dat is eigenlijk een fancy woord voor gewoon met verwondering kijken. Met dankbaarheid ook. En je de kans geven aan die kleine dingen niet voorbij te gaan. Ik weet nog toen ik, lang geleden, eens naast een collega zat in het vliegtuig, klaar om op congres te gaan. Ik vertelde haar vol enthousiasme dat ze in de supermarkt nu een broodsnijmachine hadden! Om (ja, verrassend!) zelf je brood mee te snijden! Ze moest lachen om m’n joyspotting (nog voor ik het woord kende). Maar ik vind dat nog steeds, oprecht zoveel leuker dan een voorgesneden brood. En zo ligt het geluk in een klein hoekje. Zelf te zien, elke dag weer kraakvers! Kijken jullie mee?
Dag schat,
De hobbykamer was een rommel, een rommel van opeengespaarde spullen (een mens verzamelt wat), die wel eens van pas zouden kunnen komen (zoals stapels kleren met gaten die nog goed zouden kunnen zijn om iets me te naaien, of oude kleren, ideaal als verfkledij, of paperassen en garantiebewijzen van apparaten die we al lang niet meer hebben), dat het tijd was voor een grote kuis. Voor elke doos die ik leegmaakte, kwam er op wonderlijke wijze weer één bij, die van ergens anders er werd bijgezet. Ik stond voor het overweldigende zicht van dozen en gerief (want al wat we bij het opruimen van andere ruimtes hadden weggebracht moest toch ergens naartoe). En nu moest het echt… ik moest eraan beginnen. Totaal overweldigd besloot ik kléin te beginnen. Heel klein. En zo kwam het dat de gigantische opruim begon… jawel… met het op kleur sorteren van mijn naaigaren! En ik moet zeggen, het gaf voldoening. Want bij het oprommelen van het naaigerief, dat zorgvuldig bewaard bleef in het sigarenkistje van Bobonne, kwam ik dit tegen. Een klein lief schattig ‘pakje’, met een sierlijke afbeelding op. Ik dacht nog eerst dat het een verloren devoot prentje was, of een relikwie misschien, maar het pakje bleek inieminienaaldjes te bevatten. Ik denk hé, maar niet doorvertellen, dat het de naalden zijn waarmee Sneeuwwitje haar kleren maakte…
Dag treintuin,
Ik zou eigenlijk stationstuin moeten zeggen, of perrontuin, want dat is correcter. Maar treintuin, dat allitereert zo leuk. Allemaal goed en wel, het renoveren, maar zie hoe charmant, hoe de natuur zélf de stad renoveert… Hoe ze de treinsporen laat begroeien, en groen van tussen de perronstenen doorpiept. Hoe dat reisgrijs, kleur en leven krijgt! Hoe het statische functionele van het wachten op een trein, ineens een beleving wordt. Want hier is een tuin! Hier groeien planten. Met prachtige paarse bloemen, waar vlinders op rusten. Waar duiven (ik schreef hier al eens iets over reisduiven) graag vertoeven. Waar ze thuis zijn! Ik vind het geweldig, een saaie plek die onverwacht gezellig wordt. Het groen dat het overneemt. Die korte metten maakt met ons beton. Die weer verbeelding brengt, leven, charme, vlinders, verhalen, huiselijkheid, verbinding, verwondering, ja, vreugde… “Joy” gespot op perron 3
Dag automaat,
Een bezoekje aan jou was erg lang geleden. Maar mijn zoon was op sportkamp en nu stond je daar toch wel niet elke dag uitnodigend te blinken! Vol verfrissende drank na het sporten! Totaal niet te vergelijken met water uit de drinkbus, zelfs niet met appelsap uit de drinkbus, ja zelfs niet met een gekocht drankje. Dus mocht hij eens… Normaal zou ik zeggen, want dat is deel van de pret, “een centje” insteken… (en dan zien hoe het rammelt en of je nog moet ‘bijsteken’). Maar je bent een moderne machine: gewoon de kaart ertegen. Maar dan is het toch nog steeds iets magisch… voor m’n zoon maar ook voor mij! een nummertje kiezen, zien hoe je zelf helemaal tot precies aan zijn flesje naar keuze gaat, en het dan op wonderlijke wijze precies voor ons presenteert, met een hoog ‘sesam open u’-gehalte. Oh, ik hoop dat hij het niet ‘beu’ word. Dat mijn zoon zijn kinderlijke verwondering behoudt, want we vonden het allebei fantastisch!
Dag kinderschoentjes,
Hoe mooi is dat, kinderschoentjes in de gang. Het betekent dat er vriendjes in huis zijn. En deze zijn zo extra vrolijk, dat ik zou wensen dat ze er voor volwassen vrouwen net zo’n vreugdevolle zouden maken. Het is bijna “joyspotting” aan je voeten!
De kinderschoentjes zijn van een super lief buurmeisje die aan komt bellen om te vragen of ze even mag komen spelen. Dat is altijd zo een leuke verrassing! In een tijd waar alles afgesproken wordt, vind ik het heerlijk- die kinderlijke spontaniteit, gewoon even op goed geluk aanbellen, en dan, snel de schoentjes uit, en op blote voetjes de tuin inrennen. De volgende keer als de bel rinkelt, komt ze al voorbereid met haar zwemgerief in een zakje. Zij en mijn zoon spelen, ondanks het leeftijdsverschil, zo heerlijk samen. Ik zie dat haar blijheid, haar speelsheid, hem ook ontwapent. Haar vrolijke schoenen, zitten haar als gegoten…
Dag Levend Brood,
Een vriend belt aan. “Heb je de Heer bij?” vraag ik. Hij glimlacht en knikt. “Yes!” denk ik, en het valt op mijn gezicht te lezen. Als er gradaties zijn in joyspotten, dan is dit mijn grootste vreugde! De Heer te mogen ontvangen! Het is al dagen niet mogelijk door mijn gezondheid om zelf naar de kathedraal te gaan. Maar hoe wondermooi dat de Heer mij kent, en zo Zelf tot bij mij komt! Geen grotere vreugde dan dit… Mijn Heer te mogen ontvangen… een Thuis te mogen zijn voor Zijn Liefde, te bidden opdat Hij in mij, me mag omvormen. We bidden. Vragen om ontferming. Bidden het Onze Vader. En dan, hét moment… “Heer, ik ben niet waardig dat Gij tot mij komt, maar spreek en ik zal gezond worden”. En met die eeuwenoude eenvoudige woorden, met onmacht, nederigheid, en daarin ook geloof en vertrouwen, mag ik de Heer ontvangen. Hij die geen ‘kers’ op de taart is, maar mijn dagelijks brood. Mijn Levend Brood. Hij die mij ten diepste voedt. Die mij in stand houdt. Die mij doet leven!
De vriend komt nu geregeld langs, tot het weer lukt om zelf te gaan. En ik denk élke keer weer “Yes!” en mijn hart maakt een sprongetje. Mijn diepste vreugde, is de Heer…
Dag tafereeltje,
Zie je het? Zie je ze zitten? Twee kippen met stippen in klei, onder de grote plant. Een rood vogeltje in de ‘boom’ rechts, een koolmeesje links, een kartonnen duif, en onderaan de plant nog een hagedis uit keramiek. Vind je nu ook niet, dat de planten zo tot leven komen? Het worden tafereeltjes… Scenes uit een boek! Verbeelding die leeft, die begoten wordt, en groeit! De hagedis die m’n zoon in het klei atelier maakte, waakt en ligt te zonnen, op de droge kokosnoot. Hij geniet, precies daar, van het felste licht. Hij krijgt af en toe mee een badje, en kan daar best van genieten. Het glijdt weer van z’n keramieken schubben en hij chillt verder. De kippen, Rudi en Roza, hebben een beetje van hun pluimen verloren. Het andere vriendje is al totaal afgetakeld. Zij zijn nog de overblijvers van het memorale kippenverjaardagsfeest voor m’n zoon jaren geleden. Met of zonder kam, met kleurrijke stippen, bekijken ze zoals alleen kippen dat kunnen, al wat hier in huis gebeurt. Ze kakelen er op los. Ze zijn vrolijk (hoe kan je ook anders met zo’n verenkleed). En ondertussen kijkt het roze vogeltje dat we vonden op straat van een Deense stad, toe. Ik weet niet of Deense kippen anders kakelen. En Deense hagedissen anders zonnen. Maar hij is erbij, en hij brengt zijn Deense ‘naturel’ mee. Op het gemakje. Wat verder zit de koolmees, dicht bij de kartonnen duif die zachtjes koert in een plant die als een boom geworden is. Ze voelen zich hier thuis. Ze koeren en kirren en tsjilpen. Als je écht goed luistert…
Dag das,
Ja, m’n mannen hier thuis lachten ermee: dat met het verstrijken van de jaren, ik witte dassenstrepen kreeg in m’n haar. En lang dacht ik “leve natuurlijk”, en “ik ga echt weer niet massa’s uitgeven aan een kapper” aangezien die de laatste keer per ongeluk twéé verschillende kleuren had gezet. Ik zag eruit als een vuurtoren! En beschaamd om m’n duurbetaalde ijdelheid, dacht ik “dan maar naturel”; dan “rock ik die grijze haren maar”; en … “dassen zijn toch ook mooi”. En hoewel dassen ook mooi zijn, en je haar natuurlijk dragen geweldig eigenlijk, groeide toch ook de idee om zoals vriendinnen dat doen mijn haren te kleuren. (want dat is dus eigenlijk als een soort samenzwering van vrouwen van mijn leeftijd. Blijkt dat de meesten dus stiekem hun haar kleuren! Anders zouden er véél meer dassen rondlopen… maar allemaal niét zichtbaar op het eerste zicht). Een vriendin die al wat ervaring heeft met kleuren, zou zélf de kleuring erop zetten. Wat een geweldig plan! Eén uur ongeveer, in plaats van 3 uur! Ik durf niet zeggen hoe ongelofelijk veel goedkoper. (Over mijn kapperservaring schreef ik hier al eens wat) Ik voel me véél meer op m’n gemak gewoon in de badkamer met oude kleren aan, dan voor de zogezegde ‘me-time’ in het kapsalon. En het resultaat? bye bye das! Welkom donkerbruine eekhoorn! (om dan maar een ander, schattig dier te kiezen). En van alle kappersbeurten dat ik al heb gehad, was dit keer het resultaat exact zoals ik wou. Natuurlijk!
Als de zon schijnt, zie je toch, nog een héél klein beetje van de das verschijnen. Maar dat mag. Het is een stiekeme knipoog naar dat groot vrouwencomplot, van al die vermomde dassen. En zo zijn die lichte dassenstrepen mijn ‘highlights’. Een beetje subtieler nu, maar ik ben ook nog das.
Dag herfst midden in de zomer,
Je hebt tijd nodig gehad… tijd om langzaam met je hele fragiele steeltje, precies door het gaatje van de parasol te groeien. Zo kwetsbaar, en toch is het je gelukt. omgeven door wat groene ‘supporters’, dwars door de steen. En zo ook met je herfstvibes, midden in de zomer. Met je kwetsbaarheid, midden in de zorgeloosheid. En met je feeërieke gestalte, … met je zo sprookjesachtige delicate hoed, midden in de harde realiteit. “alles van waarde is weerloos”, schreef de Nederlandse dichter Lucebert in zijn gedicht “de zeer oude zingt”. ’t is waar… de liefde, het leven, die weerloze Man aan het kruis, die in Zijn kwetsbaarheid zelfs de dood heeft overwonnen… Ik hou van het weerloze. Van het zachtmoedige. Van het delicate. Wat een kracht zit daar in verborgen…
