Waar men gaat
langs Vlaamse wegen...

Waar men gaat langs Vlaamse wegen… komt men, U, Maria tegen… Wel, ik kon niet mee op bedevaart. En ik zat wat aan huis gebonden met de hitte. Maar… wat als ik eens, ’s ochtends vroeg, de fiets op zou gaan, naar een klein kapelletje vlakbij? Ja, langs die Vlaamse wegen, stond daar, klein en charmant, alsof het er al altijd stond, een klein Mariakapelletje. Een toevlucht. Mijn ‘bestemming’.  En ik was welkom. Het kapelletje stond uitnodigend te wezen op het kruispunt van twee wegen. En de mat lag al klaar, om me te verwelkomen. 

Dag veldkapel,

Wat is dat heerlijk, zo temidden van de huizen en de straten, zo knal in het midden van het leven, haast onverwacht en tegelijk fier aanwezig, je te zien blinken. Het kruis, waar hemel en aarde elkaar raken. De lintjes die verraden dat deze kapel méér is dan een restant uit een nostalgisch verleden. Hier wordt nog gebeden. Hier wordt nog binnengegaan. De mat zegt het al, het opschrift, de open deur, de lintjes, de bloemen aan elke kant. Alsof je me uitnodigt, alsof je élke voorbijganger uitnodigt, om toch even binnen te komen, even te bidden, even stil te staan…

Dag toevluchtsoord,

Ik voel meteen de geborgenheid wanneer ik hier binnenstap. Maria met het kindje Jezus teder op de arm. De witte gewelven, het lage plafond, de stenen en muren die tonen dat hier geleefd wordt, dat dit plekje een toevluchtsoord is, al decennia lang. Het knielbankje, dat net als de kapel zelf, uitnodigt om naar binnen te keren… Het stemmige licht, niet teveel, niet te weinig. Je voelt hier hoe mensen bescherming opzoeken, alsof ze de schoot van Maria op kruipen. Geborgen tussen deze witte oude gekalkte muren, geborgen in de tijd. “Verstild ben ik en gerust: geborgen als een kind bij zijn moeder, zo ben ik, als een kind.” (Ps 131,2)

 

Dag zorg,

Die paar glazen bokalen in het licht, de plumeau (wat een heerlijk woord), de oude borstel. Hier wordt nog gezorgd… hier wordt zorg gedragen. 

Op een bord staat te lezen hoe deze kapel eens helemaal verloederd was. Vervallen, tot jongeren dit niet wilden laten gebeuren. Ze hebben zich ingespannen om de kapel in zijn glorie te herstellen. Jongeren, waar we misschien eerder het vooroordeel bij hebben dat ze zonder eerbied de kapel zouden betreden of vandaliseren. Zij zijn het, die uit liefde, deze kapel hebben opgeknapt. Zo staat er te lezen: “Geestdriftig zijn ze toen begonnen, fier mannen van de daad te zijn. Men vond hen dwaas en onbezonnen, maar stapelzot zijn doet geen pijn. Doch weldra zag men het mirakel, hoe de kapel rees uit het slijk en groeide als een stenen schakel tussen de hemel en dees wijk.”

Oh wat een zegen, zulke schakels tussen de Hemel en het heel concrete hier en nu van mensen… en God dank voor de jongeren en al wie toen en nu zo zorg willen dragen, en daarmee levende schakels zijn! Levende stenen van het bouwwerk dat de Kerk is!

Dag raampje,

Zie hoe gezellig. Het lijkt wel een raampje uit een hobbit huisje, uit een sprookje, met achter het glas voldoende licht en voldoende beslotenheid, zo heerlijk knus. Het zou zo op instagramaccounts en in magazines kunnen, waar “cottages core” en “tiny houses” hip zijn. Zie Maria’s “tiny house” hier. Met schattige raampjes, lintjes, en zelfs een charmante deurmat… Het heeft zo iets charmant, een esthetiek die niet gewoon functioneel wil zijn. Wondermooi vind ik het. En Maria staat erbij. Ik denk stiekem dat ze daar als Moeder en vrouw ook wel van kan genieten… gezellige huiselijkheid.

Dag Moeder Maria en kindje Jezus,

Want zo is dat met Moeders, ik kan je niet los zien van je kind! En je kindje Jezus kan zich niet los zien van Zijn Moeder. Je bent niet ‘Maria’ en toevallig ook nog ‘de Moeder van…’ Jij BENT Moeder. Zie hoe nabij je Zoon is. Je hebt Hem liefdevol op de arm. Het is wat ongewoon, je hand lijkt onder het bloed. Zijn Hart heb je vast, toon je ons, en Hij toont het ook. Zijn Brandende vurige liefde, tot bloedens toe. Want ja, jullie ogen verraden al het lijden, en het meelijden met al wie lijdt. Jullie gehavende beeltenis toont ook de kwetsbaarheid. op de polsen van je kleine kindje zijn al wonden zichtbaar. Het zou schrijnend zijn, triestig zelfs, ware het niet dat je ons allebei wijst… op dat hart. Op die Liefde! Op die zotte, onvoorstelbare Liefde. Die jongeren de kapel doet herstellen. Die voorbijgangers naar binnen trekt. Die wie bescherming zoekt, doet schuilen. Die wie in nood is, doet aankloppen, doet bidden. Zacht en teder kijken jullie ons aan. Met de handen niet mis te verstaan: Kijk naar de Liefde! Kijk naar Zijn Goddelijk Hart dat brandt!

Dag alles,

Mijn oog valt op deze steen. Er staat in het Frans op geschreven “Het is niet veel, maar het is alles wat ik heb.” De steen ligt aan Maria’s voeten. Het treft me. 

Het is precies dat dat nodig is. Onze “alles wat we hebben” en onze “alles wat we zijn”. Onze lege handen. Niet om het meeste noveenkaarsen of mooie woorden, kleurrijke boeketten of rijkelijke donaties, maar heel eenvoudig, zoals de arme weduwe in het evangelie geven wat je hebt. Met onze lege handen. Met onze nietigheid. Hier. Een steen. Hier, hier heb je mijn leven. Mijn onmacht. mijn gebrokenheid. Mijn stilte. Mijn gebed of mijn niet kunnen bidden. Mijn zuchten. Mijn diepste smeken. Mijn wanhoop. mijn hoop. 

Hier Maria. Hier Jezus. Hier heb je mijn steen. mijn hart. Mijn leven. hier heb je “alles wat ik heb”. 

Deze steen heeft mij geraakt…

Dag kaarsen,

brandend van gebed. Een kaars voor iemand die gemist wordt. Een kaars voor;  iemand die misschien wil bidden voor een ‘hopeloos geval’. Een kaars zonder naam, zonder gezicht, maar die brandt voor een intentie. Die aangestoken werd door iemand die hier kwam. Hier wordt nog gebeden… Hier lééft de Heer. Hier wordt troost gezocht en gevonden bij Maria. Hier wordt nog opgekeken naar de Hemel…

Ik heb geen steen, ik heb geen kaars, ik heb geen bloemen, maar mijn hart brandt mee… 

 

Dag bloemen,

Het staat hier vol. Bloeiende bloemen buiten, verse bloemen binnen, maar ook wat namaak bloemen. Normaal zou ik zoiets absolute “kitch” vinden. Maar hier, wordt het schoon… Wie de bloemen kocht, kocht ze voor “Ons Moeder”. Ze zijn gegeven! Ze komen op bezoek en brengen iets mee! Het huis wordt versierd. En ze staan daar, tegen die oude tegelvloer die me doet denken aan de tegels van m’n grootouders die nog in het tuinhuis liggen. Ze vertellen iets van vroeger en nu. Ze willen tijdloos zijn. Tussen de barsten van de tijd, de oude tegels en de scheuren in de muur, staan ze daar absoluut “tijdloos” te wezen. Bloemen van gisteren of van 20 jaar geleden? Ze spreken nog altijd van Moederliefde…  

Dag liefde,

Een hart geplakt op het ruitje vanbinnen. Dit toevluchtsoord, deze kapel, spreekt van de Liefde! Maria en Jezus wijzen letterlijk op het Goddelijk Hart. Je voelt het in de bloemen, de kaarsen, de steen, ja zelfs het krat met poetsgerief. En ook hier: iemand dacht: hier hoort een sticker met een hart op. Alsof we op dit raam, van binnenuit willen laten zien, opdat het naar buiten mag stralen. Het draait hier om de Liefde! 

Nee, dit is hier niet gewoon folklore. Een oud charmant kapelletje uit een nostalgisch verleden. Hier klopt Zijn Goddelijk hart, hebben jullie het gezien? Hier bekleden we ons met Liefde. En hier gaan we heen om Zijn Liefde te laten stralen!

Dag Licht,

Hier zien we dingen in een ander licht. Valt Zijn Licht mysterieus op onze zorgen. En er begint beweging in te komen. Het Licht speelt… 

De hele kapel langs staan er keramieken figuren van een processie, van boeren en boerinnen, van volkse figuren die in de fanfare spelen, van pastoors die het Heilig Sacrament dragen, maar ook een kist… van de gewone, eenvoudige mens, in de hele levensloop, hier, aan een onbenullig klein kruispunt van voetweg en een dorpsweg. Maar al die mensen, al dat gewone … wordt hier in een buitengewoon Licht geplaatst. Wordt met het omhooghouden van het Heilig Sacrament in een ander licht geplaatst. Wordt door de gebeden, de kaarsen, de steen, in een ander licht geplaatst. De zwaarte, de schaduw heeft niet het laatste woord. Zijn Licht danst, speelt, verlicht, straalt en doorstraalt alles…

Dag buitenwereld,

We kunnen er weer tegen. We zijn opgeladen. We hebben de dingen in een ander licht gezien. We hebben ons Moeder bloemen gebracht. Of een kaars, of een steen… ons gebed, onze overgave, wat van onze tijd, hier middenin het gewone…

We zijn opgeladen door de Goddelijke Liefde. We bekleden niet alleen de kapel, maar we bekleden ook ons hart ermee! We zijn tot verstilling gekomen. En zo kunnen we weer naar buiten. Zijn Licht laten stralen. Zijn Liefde laten spreken. Met een pak van onze schouders. Een steen letterlijk neergelegd. Opgericht, treden we langs de linten tussen hemel en aarde, weer de buitenwereld in… Langs diezelfde linten treden onze aardse zorgen de Hemelse genade binnen, en danst nu de Hemelse genade het aardse weer in. Het ene in het andere. Als een wondermooi mysterie… God en mens. Moeder en kind. Licht en donker. Zorgen en toevlucht. Tijd en tijdloosheid. De wereld in…

Dag pet,

Heeft iemand z’n pet uitgedaan, uit eerbied, en is ‘m dan vergeten? Ik vind het zo mooi, die witte pet, als een stille getuige van wie hier geweest is. Als een teken van hoop dat geloof nog leeft. Als een teken van wat we ‘afzetten’ om in alle eenvoud en nederigheid hier binnen te treden. Chapeau!