Vakantiepark
Deze zomer heb ik niet ver gereisd. Dus ik kan jullie niet meenemen naar Zweedse bergtoppen of Deense hyggelige vakantiehuisjes. Maar zoals een vriendin me eens vertelde, ligt Canada om de hoek in het park. En kan reizen zo ook ongelofelijk dichtbij. Dus nee, de voeten op de houten boomstam, liggen niet bovenop een stormachtige rivier vol krokodillen in een tropisch land. Maar met wat verbeelding, schuilt ook hier magie, avontuur, verwondering en ontspanning. Dus deel ik graag wat ‘vakantiefoto’s’ uit het ‘vakantiepark’ om de hoek.
Dag perfecte bankje,
Niets zo vakantie-achtig als op zoek gaan naar het perfecte picknickplekje. En, zo leerde ik op vakantie met m’n ouders in de bergen vroeger, “Het beste picknickplekje ligt altijd een eindje verderop”. Al vonden we dat als kind niet de leukste wijsheid. Al moesten we onze Wanner wafels met hazelnootvulling nog even sparen tot we wat meer afstand hadden afgelegd en de pauze werkelijk ‘verdiend’ hadden, toch zit er iets in. Pauzeren doe je niet meteen en je pakt ook het eerste wat zich aandient. Je speurt een beetje. Je zoekt… Je weegt af of het plekje aan de ‘picknick-criteria’ voldoet. En je voelt op den duur vanzelf aan, of dit de plek is, of toch nog niet. (Vaardigheden voor het leven eigenlijk). Met de dochter van m’n nicht, die, we gaan dat hier makkelijk houden, een zus in Christus is, gingen we op zoek naar een picknick plekje. Zonder Wanner wafels maar wel met twee madeleinekes. Dit charmante bankje, waarop “ken ik je van ergens?” opstond, werd het toch niet… Want we weten: het beste picknickplekje is altijd een eindje verderop!
Dag Bobonnekesbloem,
Ja, als je met familie op stap gaat, herken je zo’n bloem meteen. Een Bobonnekesbloem. Was het een bloem die we bij haar in de tuin zagen bloeien? Die in een vaasje stond? Niet dat ik me kan herinneren. Maar toch deed ze ons denken aan Bobonneke. Een beetje een nostalgische bloem. Een retro bloem. Het soort bloem dat op een servies zou kunnen prijken. Het soort bloem dat geborduurd op de kussentjes in de grote oorfauteuils lag. Het soort bloem dat het ook prima zou doen op een jaren 60 koffiekopje (die kleuren!). Een bloem die er zonnig en warm uitziet. Gemoedelijk. Niet te gesofistikeerd. Een doe maar gewoon bloem. Een bloem voor door de week, voor als het gewone tafellaken op lag. Een bloem die er “content” uitziet. Een gezellige bloem. Een huiselijke bloem. In één woord, een Bobonnekesbloem.
Dag brugje,
Dit zou toch zo getrokken kunnen zijn vanuit een pittoresk klein dorpje in Engeland? Ik herinner me daar heerlijke zomers, waar ik Jane-Austen gewijs over hekken van weiden klom en tussen de groene vlakten in een uitvloeiend gevoel van vrijheid, nét niet huppelde (het zal niet veel gescheeld hebben). Het soort dorpje waarvan de naam moeilijk uit te spreken is, maar waar oude bomen bloeien, waar kerkhoven er zo vredevol uitzien in het groen, waar oude dames rozen kweken en waar iedereen je aanspreekt met ‘dear’. Waar thee met sloten gedronken wordt (en de dag zich voltrekt, van kopje thee tot kopje thee). En waar de natuur er zo vredig uitziet als een plaatje in een boek. Waar je heerlijk in mag stappen. Binnen mag treden. Met rondzwaaiende armen en trippelende voetjes. Met poëzie die van de takken druipt, en een zachtheid die toeterende auto’s en drukke stadsgezichten wegpolijst. Een brugje waarop een 19e eeuwse ‘lady’ nostalgisch naar het water zou staren. En een voorbijgaande “lord” haar toevallig verloren zakdoek op zou rapen, die iets wat verlegen terug zou bezorgen, en dit moment het begin zou worden van een onschuldige romance…
Dag appartementsbloemen,
Geweldig toch, bloemen die groeien in ‘verdiepjes’. Als een soort natuurlijke appartementsgebouwen. Voor minpins, kabouters, elfjes, of hele kleine diertjes, het is ons allemaal even. Vergeet de paddenstoelen, de boomstronken en de elfenbankjes. Het laatste nieuw, dat zijn appartementsbloemen! Zouden ze ook een conciërge hebben? Een soort norse conciërgekabouter, die zijn huis heeft op de bovenste bloem. Vandaar heeft hij immers een perfect zicht of er wordt verhuisd volgens de afspraken, zonder gebruik te maken van de liftstengel. En of ook de rest van het reglement niet aan de zevenmijlslaarzen wordt gelapt. Een verdieping lager woont een alleenstaand elfje, met een heleboel kinderen die teveel lawaai maken voor de gevoelige oren van de conciërgekabouter. Daaronder woont een super gezellige fee waar de kinderen van het elfje kind aan huis zijn, en waar het altijd heerlijk geurt naar wafels die ze in een blauwen blikken doos bewaart. En daar nog onder woont een oude kabouter die wat moeilijk te been is. Hij kijkt geregeld uit het raam, zet zijn terras vol met planten die hij iedere dag trouw begiet, en mijmert over wat was en is en nog komen zal. Het leven zoals het is op appartementsbloemen…
Dag reiger,
Als er vakantiekiekjes genomen worden, moet er ook geposeerd worden. En jij, reiger, staat al klaar. Ik dacht dat je vooral de ‘freeze’ pose kon aanhouden, maar je laat je hier, in je natuurlijke habitat, van je mooiste kant zien. Je neemt verschillende poses aan, dan eens kijken in de camera, dan wat sierlijk draaiend in profiel. Maar steeds scherp bewust van de camera. Van ons. Als ‘je publiek’. Hebben wij geluk zeg, wij hebben “een local” op foto! En het soort gedistingeerde local! Geen ongemanierde toerist. Jij wéét hoe je je land moet onderhouden. Jij wéét hoe je moet omgaan met al wat je omringt. Jij wéét hoe je je moet gedragen, wat waardig is. Misschien doet je statige houding, onze hoofden wel draaien, opdat wij van jou zouden leren.
Dag zetel in de zon,
Je nodigt uit om te gaan zitten. Zoals sommige terrasjes op reis ook uitnodigen om er je te installeren. Ze vragen er gewoon om! En kijk die lange zwiepende, paarse bloemen erachter. Dat zijn toch net van die muzikanten in een Italiaans restaurant die je ongevraagd omsingelen om je een serenade te brengen, die je met een blos in ontvangst neemt? Al was het maar omdat ze zo hard hun best doen. Met de viool nog even een verjaardagslied strijkend. Hoe deugddoend elke dag te vieren, met of zonder bloemenachtergrondkoor.
Dag Binnenstebuitenbloemen,
Ik vind jullie geweldig. Jullie zijn “Hier heb je mijn hart” bloemen! Een open boek zijn jullie. Hart op de tong, en op de blaadjes. Outgoing. Geen geheimen, geen complexiteit, geen verborgen intriges. “what you see is what you get”. En wat we krijgen, is jullie hart. Jullie prachtige goudgele hart. Kunnen wij net als jullie zijn? Binnenstebuiten gekeerd? Opdat wie ons ontmoet niet eerst onze buitenkant, maar meteen ons hart ziet? Een hart dat alle uiterlijkheden doet vergeten. Een hart dat niet verborgen is, maar zich durft te tonen. Kwetsbaar en oneindig sterk tegelijk. Een groot hart! Oh laat ons zo mee keren, ons hart helemaal binnenstebuiten gekeerd. De verborgenheid uit, het volle leven in.
Dag “kweeperenboom”,
Ik weet het. Strikt genomen ben je wellicht een appel of een perenboom. Maar m’n zus en ik (want we gaan niet ingewikkeld doen, ik zei het al), hebben afgesproken dat we vinden dat jij een kweeperenboom bent. Want hoe idyllisch klinkt dat niet, als de tttel van een boek “Onder de kweeperenboom”. Dus ja, hier voelden we het, het beste picknickplekje was hier. En onder de ‘kweeperenboom’ smulden we van kleine madeleine-cakejes. En van grote en kleine momenten om te delen. Zoals we ze die dag verzameld hadden, als in te plakken herinneringen, van reigers, van Engelse brugjes en van Bobonnekesbloemen. In een gedeelde geest van avontuur en verwondering, waarbij we nog het liefst kleine wegjes ontdekten, over boomstammen kropen, en nog nét niet in een boom kropen. Hoe heerlijk als iemand mee de dag in wil klimmen als een avontuur. De momenten wil plukken als rijpe vruchten. En mee in verwondering kijken naar al wat ons omringt. Dat is vakantie!
