Heer,
Zo vaak vraag ik U
Om mij te troosten
Om mij nabij te zijn
Om een ander te troosten
Om een ander nabij te zijn
Maar nu, Heer,
Nu wil ik bij U zijn
Ik wil Uw hand nemen
In Uw ogen kijken
En Uw Hart troosten
Want Ge weent
En dat raakt mij
Ge kunt U verblijden
Maar Ge kunt ook wenen
Er is zoveel dat U raakt
Diepe pijn van mensen
Diepe wonden
Diepe eenzaamheid
Vastgelopen zijn
Onmacht
Maar ook woede
Volgehouden zonde
hoogmoed
Onverschilligheid
Zij die zich Uw vrienden noemen
Die er zich niet naar gedragen
En denken goed bezig te zijn
Ik ook, Heer,
Ik heb U ongetwijfeld ook
Al veel tranen hebben doen wenen
Het spijt me
Nu wil ik Uw hand nemen
Uw hand kussen
Uw tranen wegwissen
Uw wang strelen
Uw hart verwarmen
Uw snikken stillen
Uw glimlach wekken
Vandaag
Kom ik U een beetje troosten
Het is niet veel
Met alle liefde die ik in me heb
En die sowieso te klein is
Voor Uw tranen
En voor Uw liefde
Maar het is wat ik heb
En ik geef het U
Dank U
Dank U dat je ook Mijn hart ziet
En Mij wil troosten
Jouw liefde
Is de olie op Mijn voeten
En Mijn Hart smelt
