Tik Kip
Ik zit niet op Tiktok. Maar ik heb wel een Tikkip. Sinds haar vriendje, Ploffie, gestorven was, zocht Zippie, ons zwart kipje, erg naar gezelschap. Toen mijn man voor langere tijd op reis was, werd haar hunker naar gezelschap (en wie weet het aanvoelen van mijn gemis) zo groot, dat ze tot op het terras getrippeld kwam. Ze zette haar snaveltje tegen het raam en tikte. Als om te zeggen: kom buiten! Kom bij mij! Speel met mij! En ook, als om te zeggen “je bent niet alleen”. Het was wonderlijk. De kip die zachtjes tikte, onze eigen Tik-kip, en niet één keertje, of twee, maar elke dag, meerdere keren per dag. Wanneer ze me zag zitten en ik niet naar buiten kwam, bleef ze lustig doortikken tot ik zou komen. Wanneer ik in de keuken zat, volgde ze me langs het keukenraam om daar even om aandacht te komen tikken, om even wat liefde te vragen. Wat voelen dieren toch veel meer dan we vermoeden…!
Dag gezelschapskip,
Ja, je komt nu ondertussen elke dag, meerdere keren, even kloppen, even tikken, om wat gezelschap. En vaak hoef je dan geen eten. Je vindt het gezellig als ik je oppak, of een eindje met je rondloop in de tuin en je alles laat zien. Of even halt houd in het zonnetje zodat je mee kan genieten van de zon. Je charmeert, Zippie. Want ook onze zoon, ook mijn man, maar ook wie langskomt, geeft en krijgt als vanzelf kippenliefde. Zo kwam mijn metekindje langs en nam je meteen in haar armen. Je was zo rustig. Het was genieten. Ik weet niet wie het hardst genoot: jij op schoot bij m’n metekindje. M’n metekindje met jou op schoot. of ik met het zicht op allebei. (of élk met een kip, want hier wist je het nog niet, maar je zou een kippenvriendje krijgen)
Heb jij al de hunker naar gezelschap gevoeld, uit onverwachte hoek?
Dag gescharrel,
Oh, wat vind je het heerlijk te scharrelen in de tuin. De pootjes over het gras, of in de aarde, en dan wat zoeken, naar iets of niets. Gewoon wat bewegen en zijn… Maar dan, die planten, die hoge grassen, en vooral die hoge afgevallen, niet al te scherpe hoge grassen… wat vind je dat heerlijk! Het worden allemaal kleine nestjes, waarin je scharrelt dat het een lieve lust is! Je maakt het je zo gezellig. een soort “hygge” voor kippen. een ‘cocoonen’ maar dan in lang gras. Zoals wij ons met een dekentje in de zetel zouden installeren. Zo installeer jij je, als het warm is in een lekker aardebadje, en nu knus in een nestje van hoog gras.
Hoe maak jij het graag gezellig?
Dag buurkip,
Ik denk stiekem dat jij ook heel erg gezelschap wou. Want sinds jij alleen in je omheining zit bij de buren, zonder kippenvriendje, is het toch een beetje triest. Dus af en toe laten de buren je nu vrij in hun tuin. En dan trippel je blij langs de draad die onze tuinen scheidt, op zoek naar die andere kip… die zwarte kip, die Tik-kip. Ja, ik vermoed dat Zippeke je nogal inspireert, want laatst zag ik je in de bloemenbak van de buren, vlak naast hun terras. En waagde je het ook al op hun terras. Alleszins, ik vind het zo lief hoe je gezelschap zoekt, hoe je buurten wil, en die draad, die maakt niets uit. Kippenvriendschap laat zich niet tegenhouden. is tegendraads. Kijk… Zippeke maakt het gezellig in haar nest van hoge grasjes, en jij bent er als de kippen bij…
Wie uit jouw buurt heb jij wat beter leren kennen?
Dag Flappie,
Oh! Ik zie het nog zo gebeuren. M’n zoon belde aan met een kippendoos. Ik kreeg de tranen in m’n ogen, opende de doos, maar … ze was leeg. Blijkbaar had hij de doos in de koffer uit nieuwsgierigheid al willen openen, maar dat vond jij iets minder rustgevend. Je fladderde als een gekke de koffer in, en m’n zoon zat onder het “Kipsel”, zoals hij het zelf noemde. Toen deed hij de koffer open, en weer kreeg ik de tranen in m’n ogen. Met een soort moedergevoel, dat dus ook in werking treedt bij kleine kipjes… Wat was je lief! Eindelijk een vriendje voor Zippie! Oh, nog zo klein en maar een klein hoopje pluimen in vergelijking met Zippie… maar direct zo tam! We lieten je aan ons wennen, en dat ging als vanzelf. We lieten je aan Zippie wennen, met een bang hartje, want dat duurt even bij kippen… maar meteen was er geen dominantie, geen gepik, geen bekvechten, maar wel… zorg! Zippeke ontfermde zich over jou, en jij ging mee. Ik denk dat ze zo zo op jou had gewacht, dat ze haar kippig verlangen naar vriendschap niet weg kon steken. Vriendschap boven instinct. Zorg boven pikorde. De eerste nacht gingen jullie samen in het hok, ze mocht zelfs meteen samen in haar legnest. Zo kan het dus ook…
Kunnen wij daar als mensen niet uit leren?
Dag stille genieter,
Bij de eerste zonnestralen kroop ik in de hangmat. Je komt nieuwsgierig scharrelen in de buurt… Ik herinner me onze vorige kippen, die bijzonder als het mooi weer was, erg graag in onze buurt wouden zijn en dan sprongen op de leuning van de stoel, of het picknickdeken naderden. Over mijn benen, want het is nog wat frisjes, leg ik een sjaal. En dan, waarom niet, zet ik je erbij. Zo hangen we samen in de hangmat… Jij en ik, lekker in de zon.
Je bent zo rustig bij me, en ik zo rustig bij jou. Want hoe kan ik me nu zorgen maken, ook als ik vaak minder kan dan ik zou willen, als ik hier samen hang met jou, schepselen in Gods Schepping, genietend van wat is, nu, op dit moment. Hoe kan ik nu klagen, met een warm pakje veren op mijn schoot… en jij, die niet gewoon ‘eten wil’, maar bij mij wil zijn?
Dat gratuite… van de zon die schijnt, van de kip die zit, dat vind ik heerlijk…
Van wat heb jij laatst stilletjes genoten, zodat je je zorgen vergat?
Dag tik kippen,
Toen jij, Zippie kwam tikken, als m’n man met vakantie was en toen je nog alleen was, dan dacht ik “natuurlijk zoek je gezelschap, je bent alleen. En je zal voelen dat ik nu ook wat eenzamer ben.” Maar toen kwam m’n man weer thuis, en bleef je tikken. En toen kwam jij, Flappie, ons nieuwe kipje… en… stonden jullie er plots met twee! Het was niet dat jullie nu heel de dag met z’n twee avonturen beleefden in de tuin en het tikken zouden verleren, nee nee… Zippie, jij leerde Flappie aan, dat jullie samen konden gaan tikken… En zo hadden we plots twee tikkippen…
Samen komen jullie wat liefde vragen. Samen wat eten. Soms, wanneer Zippie een eitje aan het leggen is, kom jij, Flappie, het even vertellen bij ons. Want samen is leuker dan alleen.
Waar ben jij onlangs (misschien onverwacht) gaan aankloppen?
Dag fladderkip,
Flappie, je bent nog maar een paar weken bij ons, en ik dacht dat we met de andere kippen al behoorlijk wat tamheid hadden gezien. Maar jij spant de kroon. Op een ochtend wandel ik door de tuin en zie je kopje bewegen, klaar voor een sprong. Ik strek mijn hand uit, zodat, als je wil, je tot op mijn hand kan fladderen want dat is al best hoog. Maar nee, bij wijze van totale verrassing fladderen die piepjonge vleugeltjes van jou tot op mijn hoofd! En dan spring je op mijn schouder en wandel ik zo even door de tuin met je. Ik moet er zo om lachen.
Waar werd je laatst door verrast?
Dag kippengeborgenheid,
We hebben intussen ons ritueel gevonden hé? Jullie kloppen aan… wij komen naar buiten, spreiden een witte zak over de hut van kunstgras in de tuin. We zetten ons neer, met de ‘kippensjaal’ over ons, we helpen Zippie op de schoot, en Flappie fladdert er vanzelf bij, en elk krijgt haar aangepast eten in een potje. Voor Flappie nog fijngemalen, voor Zippie graankost. Er wordt daar heerlijk gezeten, gechilled en geknuffeld, en eerlijk, het doet ons allemaal goed. Het zou nog een dure ‘kippentherapie’ kunnen zijn. Liefst zitten jullie nog op m’n arm of hand, terwijl jullie eten, of ik jullie streel of jullie door jullie veren gaan. Met jullie warme pootjes op m’n hand. En ik moet denken aan dat vers uit Psalm 131,2: “Zoals een kind op moederschoot, zo veilig voel ik mij.” En ik denk niet alleen aan hoe zalig jullie daar zitten, en hoe zalig het is schoot te zijn… maar ook hoe zalig het is op de schoot van de Heer te zitten, en hoe zalig Hij het moet vinden onze schoot te zijn…
Op welke momenten ervaar je zoals de psalmist in Ps 131 “zoals een kind op moederschoot, zo veilig voel ik mij?”
