Retraite

Er waren twee uitnodigingen. Een ‘saaie’ versie (gewoon met alle info zonder meer), en ‘de romantische’ zoals een vriendin het noemde. Jezus in een bloemenveld, met een schaapje in Zijn armen. Het was die romantische versie die me over de streep trok. Een vriendin organiseerde een retraite, kleinschalig, met een tiental moeders, in een stemmig klooster in Kortemark, rond het thema ‘pelgrims van hoop’ in het jubeljaar. Een korte tijd van ‘se retirer’, een zich terugtrekken, net na de (bijna) laatste schooldag, om zich te kunnen wijden aan geestelijke verdieping. Ik twijfelde of het wel zou lukken met mijn gezondheid. Maar ik kon met vriendinnen meegaan, kreeg aangepaste accommodatie en eten, alles was zo onthalend en uitnodigend dat ik toch écht wel de stap wou wagen… Want tijd met Hem, tijd van verdieping, daar wou ik met heel mijn hart in plonsen! En al heb ik geen schapen in bloemenweiden gezien, en al verliep het allemaal een beetje anders dan gepland, Jezus was er alleszins bij!

Dag kinderjasjes!

Ik weet niet hoe het bij jullie zit, maar ik associeer kinderjasjes niet meteen met een klooster! Maar jullie zijn de stille getuigen dat het hier leeft in dit klooster. Niet alleen in gebed, maar ook in een hele warme gastvrije gemeenschap die moederlijk zorg draagt voor kinderen… kinderen van vluchtelingen, kinderen in moeilijkheden, kinderen in hun internaat… “Laat de kinderen tot Mij komen.” Wel, hier zijn ze! Hier mogen ze thuis zijn. Hier zijn we op moederretraite, dus eigenlijk met heel véél moeders… niet alleen de moeders die zich hebben ingeschreven… maar Moeder Maria die ons voorafgaat, en de zusters die moederlijk in haar spoor treden en zich over zovele kinderen ontfermen. Ik zie niet alleen de kinderjasjes, ik voel ook de moederlijke mantel van Maria om elk van ons heengeslagen. We ‘verlaten’ als moeders dus niet even onze kinderen om hier drie dagen ‘me-time’ te nemen. Nee, we hervinden het gedeelde kindschap en het gedeelde moederschap… 

Dag pelgrims van hoop,

Over jasjes en mantels gesproken, zie ik ze daar ook niet in het logo van het jubeljaar? De rode mantel voorop, die het kruis omarmt, die staat voor liefde, passie en het vuur van de Heilige Geest. De oranje die staat voor vreugde en enthousiasme, de groene voor hoop en groei, en de blauwe voor geloof en vrede. Ze lijken wel een polonaise te dansen, allemaal zo verbonden met elkaar. We hadden het geluk van een retraite- begeleider te hebben die met rode vurigheid, oranje enthousiasme, groene hoop en helder blauw geloof, ons steeds weer opnieuw voedde vanuit het Woord van God. Het waren geen verzamelde cliché’s. Het was werkelijk een uitnodiging (inclusief huiswerk!), om dieper binnen te treden in het mysterie van het geloof, in teksten die op verrassende wijze met elkaar en met ons leven verbonden zijn. Met diepgang, humor, getuigenissen, werd het wezen van die Heer in het bloemenveld, reëel. En die realiteit is misschien iets minder rooskleurig, maar wel ongelofelijk schoon. Er werd gesproken over Jezus zending als afdalen, van bij de menswording, de bruiloft te Kana, na de zaligsprekingen, van Palmzondag, Zijn kruisdood, Zijn afdalen tot in het rijk van de dood, om ons weer op te richten, tot in het sacrament van de biecht en de eucharistie… Wat een wonder, een God die afdaalt! Een Heer die afdaalt. Niet alleen tot in bloemenweide, maar ook tot in de moddervlakten van ons leven, tot in ons hart, tot in onze ziel. Als dat geen reden tot hoop is, dan weet ik het niet!

Dag kapel,

Vlak boven de kapel hangt één van mijn allerlievelingswoorden uit Mattheus: “Komt allen tot Mij die belast en beladen zijt, en Ik zal u vertroosten.” En zo komen we hier. Alle mama’s, alle zusters, alle bezoekers, iedereen die hier komt, élk met al wat ons belast in het leven, élk met zijn eigen kruis. En wat is het hier thuiskomen! Als ik het tabernakel zie staan, voel ik meteen “Ik ben thuis”. Want onze thuis is bij U. Het is hier zo stemmig. Niet alleen omwille van de zo verzorgde, mooie, intieme kapel die uitnodigt tot gebed, en omwille van de zuivere gezangen van de zusters… maar omwille van Uw Stem die hier klinkt, in het gemeenschappelijk gebed, in de lezingen, maar bovenal nog in de stilte. Gebed is het kloppend hart van deze gemeenschap. Gebed, niet als het prevelen van verzen, maar als het hart aan hart met U, zij het in de Heilige Communie, in eeuwenoude psalmen in al hun schakeringen van onmacht tot lofprijzing, of in het hart dat geen woorden meer heeft en stil naar U luistert. Ja, eigenlijk komen we hier niet om U vanalles te zeggen, maar bovenal om te luisteren. Dat is ‘se retirer’, ons even terugtrekken uit de drukte van het alledaagse om beter naar U te kunnen luisteren…

Dag beentjes omhoog,

Dit had eigenlijk het eerste beeld kunnen zijn dat ik jullie liet zien. Want nog voor ik goed en wel aangekomen was, had ik al een flauwte. En ik heb maar één derde van het programma kunnen volgen. Het was een fysieke uitputtingsslag van flauwte na flauwte… proberen eten en terug naar boven moeten. Naar de kapel gaan voor het gebed en vroeger moeten weggaan. Dan me sparen voor de aanbidding en weer de kapel uit strompelen. Dan toch tenminste de eucharistie, maar ook die kon ik de laatste dag enkel op de kamer ontvangen…Het was niet kunnen. Willen, absoluut verlangen en willen, maar echt niet kunnen. Nee, dit was niet zoals ik het  voor ogen had. Maar elke keer weer, ook in de onmacht, de totale krachteloosheid, voelde ik: “Ik kan het niet, Heer. Doe GIJ het.” Op een zeer heldere wijze, bracht dit kruis me het doorbreken van elke illusie dat wij het voor het zeggen en plannen en doen hebben, dat het zou gaan om ons ‘kunnen’. Nee, ik kan het niet. Doe GIj het. Ik heb de kracht niet. Wees GIj mijn kracht. Laat Uw kracht in mijn zwakheid volkomen worden. Dat klinkt als onmacht, maar daarin zat ook zoveel genade. De genade van de overgave. En na ondertussen al zo vaak deze ervaring te hebben, een overgave die niet enkel een ‘niet anders kunnen ‘ is uit frustratie, maar een gegroeide uit liefde. Hier, Heer. Hier hebt Ge mij. Met alles dat ik ben en alles wat ik niet ben en niet kan. Hier hebt Ge me met lege handen. Hier hebt Ge me helemaal. Hier. ik ben van U. Helemaal van U.

Dag Gekruisigde,

“Als je het kruis omarmt, omarm je de Gekruisigde”, zei een geliefde zuster me ooit. Ze heeft helemaal gelijk. En het is ook omgekeerd. Wanneer je de Gekruisigde omarmt, omarm je ook het kruis. Het is een “all inclusive”. Vlak naast het bed waarop ik veel tijd doorbracht, hing dit prachtige beeld van de Gekruisigde. Dat was zo zo troostend. Ik was er niet alleen. Oh nee. Jezus was bij mijn. Misschien niet in de bloemenweide maar op het kruis. Maar ik voelde Hem heel dicht bij mij. En dat was ongetwijfeld de grootste genade van deze retraite. Samen met deze: dat ik mocht ervaren dat ik heel dicht bij Hem mocht zijn. Dat Hij me heel dicht bij Hem wou. Ik kon misschien niet meedoen aan het programma zoals de anderen. Ik kon niet alle gebeden volgen, nee zelfs de eucharistie niet. Maar ik kon wel héél dicht bij Hem zijn, bijzonder in Zijn lijden. Hij troostte mij, ten diepste, in mijn lijden. En ik hoop dat ik door dicht bij Hem te blijven, Hem ook een beetje mocht troosten. En zo bleven we bij elkaar, Hij en ik. Heel eenvoudig. Hart aan hart. Op het kruis nog inniger tot elkaar getrokken. De Zielsbeminde…

Dag kersjes,

Jullie zijn een fris teken van de hartverwarmende gastvrijheid die ik mocht ontvangen. Op voorhand al, door de aangepaste accommodatie en eten, de flexibiliteit en openheid om het toch mogelijk te maken voor me. Maar ook op het moment zelf. De immer goedgemutste gastenzuster klopte op de kamerdeur. “Ik kom eens piepen! Ik was benieuwd.” Ik was niet gewoon ‘een veeleisende gast’, maar een persoon die ze wou leren kennen. Ze vroeg hoe het met me ging en luisterde. Ze vroeg of ik nog wat nodig had, en er kwam een thermos water om bouillon te kunnen maken op de kamer. Ik kreeg een voorraad kersjes, en ander versterkend lekkers. Ze vertelde me wat het eten zou zijn en of en wanneer dat kon voor me. En ze rinkelde met het belletje, terwijl ze de priester begeleidde, toen ik iets veel beter kreeg dan kersen… de Heilige Communie. Geen kers op de taart, maar Levend Brood, écht krachtvoedsel. (over dat voedsel en andere vreugdes schreef ik hier wat). 

Dag “Geef me Jezus eens”,

Zo verliep het dan, als ik niet me eten kon. Een handdoek als slab, en een bord met eten op schoot. Een glas bouillon om wat zout binnen te krijgen, en een glas appelsap (niet na elkaar) voor de suikers. Een geweldige vriendin en zus in Christus, logeerde de kamer naast me. Niet alleen is ze een zus in Christus (en wat voor één!). Ze heeft ook als een zus voor me gezorgd. We zijn vaak samen de kapel uit gestrompeld. Ze hielp me op bed. Bracht me eten. Liet de bouillon aanrukken. Maar ze vroeg ook hoe het ging. Stuurde bemoedigende berichtjes doorheen de dag. Kwam geregeld eens kijken. Droeg me in gebed. En ze wist wat ik bedoelde, als ik niet goed was om veel te zeggen, wanneer ik gebaarde van “Geef me Jezus”. Dan gaf ze me de prachtige afbeelding van het gelaat van Jezus, zodat ik Hem dicht bij mij kon zetten. En dat was mijn gebed. Hem aankijken. Door Hem aangekeken worden. “Je straalt”, zei nog een vriendin die me vol moederlijke liefde toedekte toen ik na een iniminieuitstap naar het kapelletje buiten, weer onwel was. Ik had geen kracht, dus het stralen,  dat kwam niet van mij… Ja, “Geef me Jezus”… Als ik Hem aankijk, dan is het niet moeilijk om zielsgelukkig te zijn..

Dag radio kapel,

Zo moet het vast zijn voor bejaarde zusters, die niet in de kapel geraken. Ze zetten de radio op en horen en bidden zo mee met wat er zich in de kapel afspeelt. Hoe mooi, zo’n rechtstreekse verbinding. Ik moet denken hoe in het ziekenhuis vroeger een soort wit blokje hing, waarmee je op het belletje kon duwen om de verpleegster te roepen, maar ook kon ‘afstemmen’ op de kapel van het ziekenhuis. Zo was er de hele dag stille, meditatieve muziek te horen, en op het middaguur het middaggebed. Ik vond dat zo deugddoend… als een soort ‘soundtrack’ van het ziekenhuisverblijf. Eén van gebed, van verstilling, van troost, van rust. De ‘soundtrack’ had evengoed het gekletter van de verpleegsterkarretjes kunnen zijn, of het geluid van de belletjes, of het geruis van open en dicht gaande gordijnen, of de rush de overrompeling tijdens de bezoekuren. Maar eens ‘juist afgestemd’, werd de soundtrack wat anders.

En dat is het wellicht ook zo in ons leven. Een kwestie van ons goed af te stellen, en te omringen met de soundtrack die het moeilijke niet dramatiseert, maar draaglijk maakt. 

 

Dag goed boek,

Een goede retraite, daar hoort ook een goed boek bij. Ik had er één ontleend gekregen (zoveel fijner te vragen welk boek iemand je zou aanraden, dan gewoon één zelf te kiezen), en zo ontdekte ik een boek met stof voor een retraite die al een hele zomer lang blijft duren… Het spreekt met zo een enorme diepgang over zo’n wezenlijke aspecten van het christelijk geloof, van de barmhartigheid, tot het kruis, van nederigheid tot de  overgave, van de vrede en de eucharistie. Telkens op zo’n manier begrepen en verlicht door het zo heldere schrijven van de Heilige Thérèse van Lisieux, dat het mijn ziel voedt, mijn hart versterkt, en mij diep raakt. Het is geen abstract spreken over. Je voelt dat het niet geschreven is als theologische bespiegeling of interessante reflectie, maar door iemand die de weg als gelovige gaat, in een voortdurend groeien. Een groeien dat geen prestatiegericht opklimmen is, maar als een zich steeds weer in alle nederigheid toevertrouwen aan de barmhartigheid van God. Het zich in Zijn Armen “smijten”, zoals de kleine Thérèse dat ook zo vol vertrouwen kon! Wat kunnen we daar van leren… 

 

Dag notitieboekje,

Ik lees nu anders dan vroeger. Ik lees niet utilitair, om te zien wat ik kan gebruiken voor onderzoek, of welke band er is met die of die auteur, of welke kritieken er allemaal bij te plaatsen zijn. Maar ik lees met een balpen in de hand, en onderstreep, zet hartjes, lachende gezichtjes, en zet in de ‘verf’, wat me raakt. Maar in een geleend boek, schrijf ik niet. Dus schrijf ik de zinnen die me raken in een apart boekje. (en ik kan je vertellen, dat zijn er veel). Ook de inleidingen van de retraite-begeleider komen in het boekje, met een afwisseling van drukletters, omcirkelde gedachten, zodat het geen droge verslaggeving is, maar iets dat leeft! En tussen de zinnen door, komen ook eigen zinnen… zinnen aan God, dagboekgewijs. Misschien is dat mijn eerste ‘se retirer’ geweest: mijn boekjes. Ik had er sinds ik tiener was, zovele volgeschreven. Nee, niet met ‘lieve dagboek’ maar gericht aan God. Haast onleesbaar voor een ander, maar Hij verstond het. Met al wat ik Hem wou zeggen, in lijnen en in de ruimte ertussen. Ondertussen schrijf ik Hem makkelijker op het computerscherm, en rollen de woorden er iets leesbaarder uit dan in die kleine boekjes. Maar die lege bladeren, als uitnodiging van Hem om te spreken, te schrijven, dàt is, nog voor ik het retraite noemde, mijn retraite geweest. Jarenlang, doorheen al het alledaagse. Bijzonder wanneer ik vroeger ziek werd, en mijn wereld een tijd lang niet groter was dan de zetel. Die boekjes waren vrijheid! Ze trokken mij uit mijzelf, naar God! Dus wie de eerste stapjes zet in geloof, of niet weet waar beginnen, of ergens bestoft onder goede voornemens nog een blanco boekje of een leeg documentje heeft liggen… begin eraan. En kom, schrijf niet gewoon ‘lieve dagboek’, maar ineens aan God! (voilà, dan ben je al aan ’t bidden nog voor je er erg in hebt). Zet in de verf, dat wat je raakt. Om het niet te vergeten. Om je geestelijk te doen plonsen… Je retraite kan nu al beginnen…