Psalmkevers
Psalmkevers. “Waar zijn die psalmkevers mama?” vroeg mijn zoon verward na een misviering met een volgblaadje waar hij dat woord meende te lezen? Nee, het is geen nieuwe diersoort, hoewel er een Jezus salamander bestaat, dus het had gekund. Hij bedoelde “psalmkeervers”. In dezelfde versprekingstijd, dacht hij ook dat het om “zalmen” ging, in plaats van Psalmen. Ik ga het hier niet hebben over zalmen en kevers, maar over Psalmen. Het zijn buitengewoon mooie eeuwenoude teksten, liederen eigenlijk, en het is wonderlijk om ze te herontdekken. Ik las ze alle 150 nog eens opnieuw en bleef bij sommige verzen hangen. Ik deel er hier en hieronder wat over. Benieuwd welke verzen bij jou nazinderen als je er de psalmen ter hand neemt…
Dag Psalm 130,
Ik ken je vooral in de versie van het getijdengebed. “Uit de diepte roep ik Heer, luister naar mijn stem, wil aandachtig horen, naar mijn smeekgebed…” (Ps 130, 1-2) Het komt van zo diep, zoals gebed ook van heel diep komt. Vaak begint gebed van een schreeuw, vanuit onmacht, vanuit een roep om hulp! Met een rauwheid, een echtheid. Dat vind ik zo mooi aan deze psalm, er zitten prachtige hoopvolle stukken in maar het begint met dat allerdiepste menselijke… we roepen God aan vanuit onze diepte, vanuit wat ons ten diepste raakt, vanuit onze onmacht en het is precies die onmacht die ons doet uitroepen en uitzingen! “luister naar mijn stem!”
We zongen de versie van Waldorf Davies, een Anglicaanse zetting van Psalm 130 (hier uitgevoerd door the Choir of Trinity College Cambridge), tijdens het “my Hope is found” concertje. (waar je hier meer over kan lezen) En het is de juiste plaats om hoop te bezingen. Want ze begint daar, vanuit de diepte… In de psalm gaat het verder “Op de Heer stel ik mijn hoop, op Zijn woord vertrouw ik. Gretig zie ik naar Hem uit, meer dan wachters naar de ochtend. Meer dan wachters naar de ochtend, hunkert Israël naar Hem.” (Ps 130, 5-6)
Hoop zonder de diepte van het lijden, de diepte van de menselijke ervaring zou een vroom oppervlakkig laagje zijn. Het zou niet echt zijn. Maar het begint hier. Uit de diepte…
Dag Psalm 141 en Ps 142,
Die diepte, klinkt door. “U roep ik, Heer, haast u en help mij: luister toch als ik luid tot U roep. Mijn gebed zal voor U als wierook zijn, mijn geheven handen als een offer in de avond.” (Ps 141, 1-2). En die roep, van diep, vanuit de diepte van het lijden (en dat wordt duidelijk doorheen de psalmen, met valstrikken en belagers, er is wat lijden…), klinkt in Psalm 142 (2-4) “Ik roep de Heer aan met luide stem, hardop smeek ik de Heer om genade. Ik stort mijn klacht voor Zijn aanschijn uit, ik spreek voor zijn aanschijn mijn nood. Bijna verlies ik de moed…” Oh, ja, uit die diepte van de nood roepen we tot God, wordt gebed geboren, en mochten we ons niet kunnen richten tot God (al is het gebed soms zo eenvoudig als “God, als Gij bestaat, help mij dan…” ), dan waren we de wanhoop nabij. Ja, bijna hadden we de moed verloren…
Want alle menselijke emoties komen terug in de psalmen, van diepe ellende, onmacht en verdriet, tot verlangen, en danken en prijzen.
We zongen dit jaar, deze psalmen als begin van een concert over het Licht (over dat concert kan je hier meer lezen). Ze werden immers traditioneel gezongen bij het aansteken van de kaarsen. Benedict Sheenan, een hedendaags Amerikaans componist die zich laat inspireren door de orthodoxe traditie en de vespers van Rachmaninov, schreef vespers, en daarin ook deze Lamp-Lightening Psalms, uitgevoerd door het Saint Tikhon Choir. Met een koor en een semi-koor, wordt de tekst meerstemmig gebeden, telkens afgewisseld met het koor dat haast smeekt “Hear me O Lord”. Luister dan toch, Heer!
Dag Psalm 31,
“Bij U Heer, kom ik schuilen. Beschaam mij nooit ofte nimmer. (…) Leg Uw oor te luisteren, en kom mij snel te hulp, wees mijn machtige rots, de burcht die mij zal beschermen.” (Ps 31, 2-3)
De roep uit de diepte, de smeekbede, toont ook vertrouwen, toont hoop. Dat het God is die zal luisteren. Dat Hij de Burcht zal zijn die ons zal beschermen. En dat vertrouwen, vind ik zo mooi uitgedrukt in dit vers:
“Ik leg mijn geest in Uw hand, red mij, Heer, getrouwe God.” (Ps 31, 6). Hier spreekt zo’n vertrouwen uit. We geven onszelf, onze geest (niet alleen onze zorgen, maar onszélf) in Zijn handen. We geven ons dus UIT handen. Vaak spreken mensen over ‘loslaten’, maar wie laat er nu graag los? Maar dit is zo iets anders… Dit is je toevertrouwen… aan Iemand die je, misschien nog met een heel pril geloof, nog twijfelend, “Redder'” mag noemen. Een God waarvan je hoopt, bidt, gelooft, en ergens weet dat Hij trouw is. Dat Hij, meer dan wie of wat dan ook je redden zal. Het doet me ook denken aan Jezus die op het kruis zegt “in Uw handen beveel ik Mijn Geest”. Hij doet het ons voor, onszelf uit handen geven in de handen van God. Hij gaat ons voor in totale zelfgave en overgave. Zelfs al is dat behoorlijk ‘spannend’… Graag leg ik met Hem, mijn geest in Gods Hand. Want we kunnen in geen betere handen zijn…
Dag Psalm 63,
“U bent mijn God, ik zoek naar U, mijn ziel heeft dorst naar U, mijn lichaam smacht naar U, dor als een land dat snakt naar water.” (Ps 63, 2) Uit die diepte, groeit dat vertrouwen, die hoop en ook die dorst. Die dorst naar die Ene die onze dorst lessen kan… Vaak ervaar ik dat als een wondere dynamiek: gemis… Gemis is niet fijn, maar in het gemis, zelfs in het gevoel van de schijnbare afwezigheid van God, schuilt toch tegelijk, als vanzelf, het verlangen… Gemis trekt als het ware het verlangen uit ons… We missen iets of Iemand… omdat we ernaar verlangen. Een gevoel van “Unheimlichkeit” doet ons net verlangen naar een veilige Schoot, een diepe geborgenheid. Het gevoel van leegte, doet ons smachten, hongeren en dorsten naar vervulling. Naar “wat” of beter “Wie” die leegte kan vullen. Een “wat” kan de leegte misschien opvullen, maar slechts de Wie kan ons ten diepste vervullen…
En zo komt vaak ook uit die diepte van het leven, uit ervaringen van onmacht, verdriet, pijn en gemis, dat diepe verlangen naar boven… dat smachten, dat hopen, dat vertrouwen, dat smeken…
“Mijn ziel hangt aan U, wil dichtbij U zijn, Uw rechterhand zal mij blijven vasthouden.” (Ps 63,9) We verlangen naar God, zodanig dat we onze ziel tegen de Zijne willen plakken. Dat we aan Hem willen hangen. Dat we heel dicht in Zijn Aanwezigheid willen blijven. En we hebben onze geest, zoals in Ps 31, in Zijn hand gelegd. Wel; we mogen erop vertrouwen dat Zijn rechterhand ons zal vasthouden. Niet eventjes, maar ons zal blijven vasthouden.
Dag Psalm 16,
“Van de Heer zeg ik nu: ‘U bent mijn Heer, U bent mijn geluk, U gaat boven alles.” (Ps 16, 2) Ja, dat verlangen brengt ons tot belijdenis: Gij zijt het. Gij zijt mijn allerdiepste geluk. De vervulling, op een manier dat niets ter wereld me vervullen kan. Gij zijt het, naar Wie mijn hart smachtte en bij Wie het vervulling vindt. Gij die de honger stilt, en de dorst lest. Het levend Brood, het levend Water.
“Ik prijs de Heer die mijn leidsman is, zelfs ’s nachts spoort mijn hart mij daartoe aan. Ik houd de Heer voor ogen, de Heer altijd, Hij staat mij terzijde en ik wankel niet.” (Ps 16,7) Ja, dat verlangen dat groeit, die liefde die groeit, die stopt niet overdag, die gaat door in de nacht. We willen leven met de Heer voor ogen, niet af en toe als we eraan denken op Kerstmis of Pasen, op zondag of op een uitzonderlijk moment van nood of troost. Maar in het besef dat Hij alles is, precies vanuit de ervaring vanuit onze diepte, willen we toch altijd aan Hem denken? Zijn Naam steeds op de lippen hebben? Zijn aanwezigheid in ons hart?
En dan komt er dat schitterende vers “U maakt mij vertrouwd met de weg naar het leven, met overvloedige vreugde bij U, bestendig geluk aan Uw zijde.” (Ps 16, 11)
Wat een toekomst! Wat een belofte! Bestendig geluk aan Zijn Zijde… Zoals Johannes daar aanligt bij de Heer. Bestendig geluk aan Zijn Zijde… “I’m in!”
Dag Psalm 36,
“Hemelhoog, Heer, is Uw liefde. Tot in de wolken reikt Uw trouw.” (Ps 36, 6)
We hebben vanuit onze diepte, niet in het wilde weg gegokt op iets of iemand die zich als een oplossing voorstelde, maar waar we bedrogen uitkomen… Hemelhoog (en dat is hoog!) reikt Zijn Liefde. Tot in de wolken (opnieuw, weer hoog!) reikt Zijn trouw. We hebben dus niet gegokt en verloren. We hebben ons hart verloren en gewonnen aan Diegene die ons écht kan helpen, écht kan redden, van wie we alle heil mogen verwachten. Wil dat zeggen dat God altijd onze gebeden verhoort op de wijze dat wij dat voor ogen hadden? Nee. Hij blijft God. En geen Sinterklaas, die meebrengt wat op ons lijstje staat. Maar we kunnen wél op Hem bouwen. In welke situatie ook, als het loopt zoals we hoopten of als het héél anders loopt… Hij is bij ons. Hij is trouw. en Hemelhoog is Zijn Liefde.
“Hoe kostbaar, God, is Uw liefde: goden en mensen mogen schuilen onder de schaduw van Uw vleugels. Zij voeden zich met de overvloed van Uw huis, U drenkt hen met de bron van het leven. Omdat U Licht geeft, zien wij licht.” (Ps 36, 8-10)
Waar kunnen we beter zijn… en omdat U Licht geeft en Licht bent (zo lezen we in Ps 27 waar ik hier wat over schreef), kunnen we licht zien! En alles wordt anders…
