Psalmen
Het lijken wel nummers van een bestelling Chinees. De veel bestelde, waarmee jij en de verkoper direct weten “het is de bami”, “ze vraagt weer de chop choi”, of “drie keer de 139, de loempia’s dus…” Maar dit is een andere nummercombinatie. Eentje die bij ‘ingewijden’ een belletje doet rinkelen, zoals de Chinees weet waar de 51 of de 63 voor staan. Dit zijn de nummers van een paar gekende psalmen. Zeg ik “63”, dan zegt iemand die wat vertrouwd is met de Psalmen: “Ah, dat is die van mijn ziel dorst naar U”. Zeg ik 23, dat is zo wat de meest bekende, dan klinkt het in koor “de Heer is Mijn Herder, het ontbreekt mij aan niets…” De 130, ik ben ‘m er vergeten opzetten, doet misschien al mee zingen met het getijdengebed:”Uit de diepte roep ik Heer, luister naar mijn stem, wil aandachtig horen, naar mijn smeekgebed, als Gij zonden blijft gedenken, Heer wie houdt dan stand, maar bij U vind ik vergeving, daarom zoekt mijn hart naar U”. Ik zong vroeger met vrienden de vespers op kot, en sommigen zitten er gewoon nog ingebakken… het ene woord brengt het andere mee, de psalmodie komt nog vanzelf. (ik schreef er hier eens iets over) Zoals kinderliedjes bij ouders. Ze hebben die jaren niet meer gehoord of gezongen, maar als ze zelf moeder of vader worden zitten die liederen, melodie én tekst, strofe na strofe nog ergens opgeslagen, klaar om te gebruiken. Zo gaat het ook met psalmen… Ik noteerde een paar gekenden op een kattebelletje, maar er zijn zoveel mooie psalmen, en mooie Psalmverzen ook in de minder gekende. Ik deel er graag enkele met jullie…
Dag Psalm 27,
Je bent van kop tot teen, van A tot Z één van m’n favorietjes. Je begin, is wellicht het meest gekend “De Heer is mijn licht, mijn heil, voor wie zou ik vrezen? De Heer is mijn burcht, mijn behoud, voor wie zou ik bang zijn?” (Ps 27,1) Fantastische woorden, van hoop, van bescherming, en van een soort diepe thuis in Hem die maakt dat angst ten diepste niet nodig is, omdat we geborgen zijn in Hem… Ik herinner me een ervaring als jong meisje in het ziekenhuis, waar net dat werkelijkheid werd. Als God er is, hoef ik van niets bang te zijn. Niet van lijden, ja zelfs niet van de dood.
En dan gaat het een beetje verderop verder, met een vers dat me zo dierbaar is: “Ik ken slechts één verlangen: wonen in het huis van de Heer, al de dagen van mijn leven, om te genieten van de pracht van de Heer, met vreugde Zijn Heiligdom in mij op te nemen.” (Ps 27,4) Ja, hoezeer verlang ik daar naar en zou ik me wel de hele dag kunnen ophouden in Zijn huis, om te genieten van Zijn Aanwezigheid, van Zijn Pracht, van Hemzelf. Het is al het Hemelse geluk Hem te kunnen aanschouwen, hier op aarde. “Tot U zegt mijn hart: ‘Ik zocht Uw gelaat. Uw gelaat blijf ik zoeken, verberg Uw gelaat niet voor me.” (Ps 27, 8) Ja, dat is wat me ten diepste beroert en beweegt: Uw gelaat willen zoeken, Uw gelaat aanschouwen, in die ontmoeting thuiskomen en alles bij U neerleggen. In Uw gelaat dat mij geheel tot U trekt. Waarin ik de wereld meebreng. mijzelf schenk. Het woordeloze gebed, van hart tot hart, van aanschijn tot Aanschijn. Hier begint de Hemel op aarde… Hier worden we gezonden, ook om ons niet alleen te koesteren en verwarmen in Zijn Licht, maar om het te laten stralen…
Dag Psalm 91,
“Wie onder de hoede van de Hoogste woont”, zo begin je weer met verzen zo vol van bescherming. Helemaal heerlijk vind ik deze “Hij dekt je toe met Zijn vleugels, onder Zijn veren mag je schuilen. Als een schild staat Zijn trouw om je heen.” (Ps 91, 4) Zo geborgen voelt het. Zo veilig. Zo beschermend. We hebben misschien de illusie, dat ‘veiligheid’ niet meer zo’n ding is hier, tijdens een doordeweekse dag als gepriviligeerde Westerling. De suizende pijlen, de oprukkende legers, de pest die rondwaart, we ervaren het niet… (tenzij de berichten van oorlogen die toch ook dichter komen). Maar toch zit er in ieder van ons, als aller fundamenteelste, een verlangen naar veiligheid, naar geborgenheid. En denk ik dat we hoe groot ook, met plezier onder Zijn vleugels kruipen. Ik alleszins!
“Zijn eigen boden zal Hij opdragen om je te beschermen, waar je ook gaat. Zij zullen je op handen dragen, zodat je voet zich niet aan een steen stoot.” (Ps 91, 11-12) Is dat niet geweldig, dat er zelfs zo voor ons gezorgd wordt met engelen die ons beschermen Die ons op handen dragen?
Nee, vandaag horen we misschien geen pijlen meer suizen, maar er zijn zoveel dingen die een mens kunnen benauwen. Het besef dat God dan zo goed voor ons zorgt, ons toedekt met vleugels, zelfs boden stuurt… Wat een veiligheid is dat. We kunnen soms ‘comfort’ zoeken in eten, in kledij, in entertainment,… maar dit gaat zoveel dieper…
Dag Psalm 46,
“Er komt een wijdvertakte rivier vreugde brengen in de stad van God, woonplaats en heiligdom van de Hoogste. Daarbinnen houdt Hij zijn verblijf.” (Ps 46, 5 en 6) Dat klinkt zo mooi, de vreugde die de stad binnenloopt, God die de stad van Zijn Aanwezigheid vervult! Stel je voor dat de Dijle hier gevuld is met vreugde! Wat een hoopvol beeld, en van een heel andere orde, een soort “Goddelijke renovatie” (daar schreef ik hier wat over), dan de typische stedenbouwkundige werken, of het eenrichtingsverkeer op de vesten of vastgoedprojecten en parkjes hier en daar om de stad op te waarderen…
Maar dan komt het mooiste vers: “Zij wankelt niet, want God zal haar helpen zodra het ochtendlicht daagt.” (Ps 46, 6) Wat als de hele stad niet wankelt, niet onder berichtgeving, niet onder politieke agenda’s of fluctuerende verkiezingsuitslagen… Maar wat als ze openbloeit, de stad, het dorp, het land, de plek waar we wonen… en dat God te hulp komt, zodra het ochtendlicht daagt? Iedere morgen dus. Steeds weer opnieuw.
Dag Psalm 94,
“Op het moment dat ik dacht: ‘ik ga vallen’, bleek, o Heer, hoe Uw liefde mij steunt. Groeiden de zorgen mij boven het hoofd, dan was Uw troost mijn vreugde.” (Ps 94, 18-19)
Je gebruikt beelden die spreken… de angst om te vallen of ook effectief het vallen… de zorgen die ons boven het hoofd groeien. Voor mij komt het nog dichter. Bij momenten verdwijnt me ineens alle kracht en dan dreig ik inderdaad te vallen, of val werkelijk. Dan hou ik me vast aan een stoel voor mij, maar sta ik wankel… Misschien daarom dat die beelden, zoals in Ps 46 van “zij wankelt niet”, en nu hier “ik dacht ik ga vallen”, nog meer tot me spreken. Het erkent de realiteit die voor mij heel menselijk en letterlijk is… wankelen en vallen… maar het vervolg is zo Goddelijk en troostend. Het is Gods Liefde die me steunt. Met het beeld van vallen ervoor, wordt dat beeld fysieker. Werkelijker. Niet alleen een geestelijk steuntje. Maar Hij is het werkelijk die mij steunt. Die maakt dat ik (zelfs als ik letterlijk val), toch niet echt val. Dat als ik wankel, Zijn hulp komt. De pilaar, die alles ondersteunt, zoals die zo prachtig de gewelven draagt in de kathedraal (en dat moet nogal een gewicht zijn!), wordt zo ook een knipoog… voor God die mij draagt. Niet een beetje, met een slap handje, maar me echt draagt. En iedereen…
Dag Psalm 103,
“Prijs de Heer, o mijn ziel, zijn Heilige Naam uit het diepst van je hart. Prijs de Heer, o mijn ziel en vergeet zijn weldaden nooit.” (Ps 103, 1-2) Fantastisch om opgeroepen te worden om te prijzen, want prijzen en danken dat is misschien iets waar we minder toe komen. Vragen, dat zijn we gewoon in gebed. Met al wat ons bezorgt, bij Hem komen ook. En wie weet, wel gewoon in stilte bij Hem verwijlen. Maar prijzen? Dat is nog een stap verder! En ja, vergeet niet al wat Hij ons gedaan heeft en nog doet… en het gaat verder “Hij vergeeft je al je misgrepen. Hij geneest al het leed dat je lijdt, je leven koopt Hij vrij van het graf en kroont je met liefde en erbarmen. Hij overstelpt je bestaan met geluk. Je jeugd herleeft als een arend.” (Ps 103, 3-5) Waw! Dat is toch heel veel om voor de danken en te prijzen. Niet alleen al het goede, maar ook al wat Hij ons vergeeft, het kronen met liefde, het overstelpen met geluk! Het kan niet op! Zou het niet geweldig zijn wanneer we ook elkaar zouden aanmoedigen om in plaats van te klagen, te danken, om in plaats van zorgen te maken, de blik te verplaatsen en te prijzen?
En hoe straf dat is, Zijn Liefde, hoe ongelofelijk straf, vind ik zo prachtig uitgedrukt in dit vers “Hij behandelde ons niet naar onze zonden, Hij vergold ons niet naar onze misgrepen. Nee, als de hemel boven de aarde, zo hoog welft Zijn liefde boven degenen die Hem vrezen.” (Ps 103, 10-11) Dat is kéi hoog hé? Een liefde die zo hoog boven ons ‘welft’, weer zo’n geborgen beeld, zoals die vleugels, zoals de burcht, … zo geborgen en zo overvloedig… Als ik nu naar de gewelven kijk, dan denk ik aan Zijn Liefde die boven ons welft… nog hoger dan de hoge gewelven in de kathedraal. Zo hoog als de Hemel boven de aarde… Wat hebben wij een geluk! We zouden Hem voor minder prijzen!
Dag Psalm 108,
“Mijn hart staat klaar om te zingen en te spelen. God, mijn hart staat klaar. Word wakker, harp en citer, ik ga de dageraad wekken.” (Ps 108, 2-3) Goch, ik voel het prijzen al! Ik heb al zin om aan de dag te beginnen! Die nieuwe dageraad, waar er niet gewankeld zal worden, want God komt te hulp. Waar de zorgen ons boven het hoofd kunnen groeien, maar Gods troost onze vreugde is! Waar rivieren vol vreugde onze stad doen vollopen! Waar we Zijn weldaden en Zijn zo overvloedige vergeving niet vergeten!
Psalmen, werden en worden eigenlijk gezongen. Prijzen, dat doet uitmonden in zingen! En al is het dan even zonder harp en citer, het kriebelt om te zingen, om van Hem te zingen, om voor en door en met Hem te zingen… (zoals we hier samen zongen…)
