ochtendstond
“Ochtendstond heeft goud in de mond.” Wel, ik vind dat echt. Misschien is het omdat mijn Bobonneke die in dit huis woonde, altijd vroeg uit de veren was en vroeg ging slapen. In een sketch voor haar verjaardag herinner ik me een neef die haar imiteerde en die zei “6 uur, oei, ’t is al bijna middag!” Misschien hou ik van ochtenden omdat mijn lichaam dan meer energie heeft. Met de beperkingen die ik heb, loopt de batterij leeg tegen de late namiddag/vroege avond. Dus zet ik maar best in op de ochtenden! Misschien is dat spreekwoord bedacht door een moeder met kleine kinderen, die vanzelf vroeg wakker wordt en er dan maar het beste van maakt. Misschien door iemand die doorhad dat als je vroeg opstaat, je eigenlijk nog van alles gedaan krijgt, voordat voor sommigen de dag nog moet beginnen. Maar als het van die warme dagen zijn, van die snikhete, dan denk ik dat er meer mensen geloven dat ochtendstond goud in de mond heeft. Dan is de temperatuur nog een beetje dragelijk.
Dag heerlijk uitzicht,
Geweldig aan de ochtend, is het gordijn open trekken en kijken naar het uitzicht. De toren van de kathedraal zien stralen, met de zon eronder, erboven, wat gekleurde wolkjes hier en daar, zelfs op een mistige grijze morgen ziet het er nog prachtig uit. Ik schreef hier al iets over de toren van belofte die me wenkt. Maar geweldig vind ik ook deze boom. Vroeger stond er een grotere, een pracht van een boom waar vele vogels in nestelden. Maar toen de boom ziek werd, verhuisden de vogels. En nu zitten ze hier.
Zie ze daar eens zitten! Ik kan niet anders dan me inbeelden dat ze het ‘gierenlied’ zingen, waar ik hier naar verwees. Dat ze elkaar begroeten, en wat zitten de praten in de boom, of dus, in mijn verbeelding, te zingen! Dat ze misschien opmerkingen maken van de ene vogel over de andere, of wie weet wel over ons mensen. Alleszins, hun zo aan de dag zien beginnen, daar word ik vrolijk van!
Dag terraskoelte,
Midden in een hittegolf, is de ochtend het moment om nog even van de tuin te genieten. Met blote voeten door het gras de kippen eten geven, bij voorkeur met pasgewassen haar recht een spinnenweb in lopen, de tomaatjes begieten, eens bekijken of er weer van die stiekeme courgettes zijn die in geen tijd enorme proporties hebben aangenomen, terugkomen met een schort vol tomaatjes, en me dan ‘planten’ in een zetel op het terras. Het is me installeren, met kussens, een zonnehoedje, een zonnebril, wat om te drinken, lectuur, een boekje om wat te noteren, en een beeld van Jezus dat ik graag dicht bij me heb. En zo zitten wij hier samen, Hij en ik. Met de warmte en m’n gezondheid kan ik nu niet veel anders doen. De volle agenda wordt leeg. Maar ook hier is geluk, rust, vreugde en veel genade. Als ik niet tot de kerk kan gaan, brengt een vriend me de H. Communie. Vriendinnen met wie ik had afgesproken voor een terrasje, komen naar hier. En in plaats een restaurantbezoek, bestellen we eten hier. En ondertussen straalt diezelfde blauwe Hemel, of het hier is of op vakantie ver weg.
Dag bedevaart,
Ik kan niet mee op de grote bedevaarten, dus hou ik hier een kleintje. Ik spring de fiets op en dit wordt het doel van de dag: even een bezoekje brengen aan een mooi Mariakapelletje. Ik schreef er hier meer over. De ochtend is ideaal, want het is nog niet te warm. Perfect om te ’testen’ wat al lukt. Ideaal voor een ‘berekend risico’. Het is bovendien zo heerlijk om je dag te beginnen met gebed. Dat kan thuis ook natuurlijk, maar als het lukt, spring ik dan nog liefst op de fiets naar de kathedraal. Maar ik moet nog even geduld oefenen…
Alleszins, het uitje naar het veldkapelletje is prima gelukt. Meer nog, het doet zo deugd even eruit te zijn, en de frisse wind te voelen op de fiets, dat ik zin krijg om verder te rijden…
Dag wenkend pad,
Die wind, wanneer ik aan het rijden ben. En dan nog de extra ondersteuning van de motor, zodat het niet te vermoeiend is… dat vraagt om verder te rijden, en dit padje wenkt me naar boven… Ik weet niet precies aan welke rivier ik zal uitkomen, maar ik herinner me wel dat we op één van de corona-ontdek-je-streek-uitstapjes, hier al eens eerder geweest waren. Ik waag het er dus op en rijd naar boven. Oh, al dat groen, die velden, die bomen, en dan dat uitnodigende pad… Ik kan niet anders dan meegaan!
Dag Schepping,
Zie dat nu! Ik kom boven en zo’n uitzicht! Ik voel me werkelijk op vakantie, op nog geen tien minuten van huis. De rivier, de prachtige struiken vol bloemen, het gras dat wiegt, de solitaire boom, de eenden die het water over schrijden, als een soort waterballet. Het lijkt te mooi om waar te zijn. De hele Schepping vrààgt gewoon om de Schepper te loven! Wat een geweldig geschenk! Eentje verborgen als een speurtocht, met wenken en hints, om dan hier in volle glorie te zien wat zich ontvouwt. Schoonheid! Vrede! Harmonie!
Dag schilderij
Sommige dingen ‘pakken’ op foto niet, maar als ik hier boven aankwam, bleef ik verdwaasd in het rond kijken naar al die roze bloemen… de hele oever vol, aan weerzijden van de rivier, bloeiden prachtige roze bloemen. Ik voelde me alsof ik net een schilderij was binnengestapt. Eéntje van Monet. Zonder brug, zonder waterlelies, maar wel die sfeer. Dromerig. impressionistisch. De bloemen als penseelstreken. En overal licht dat speelde en reflecteerde. .
Dag veldbloem,
Is dit nu de gevaarlijke berenklauw? Of zijn het gewoon delicate witte bloemetjes die wat poëzie schrijven op een ochtend bij het water. Ze zien er toch helemaal niet gevaarlijk uit. Zie ze daar samen, de één aan de andere, als een Stilleven op zichzelf. Ik denk dat ze fluisteren. Het zien er me geen schreeuwerige types uit. Al kan, wie weet, misschien iemand die hen aanraakt het wel op schreeuwen zetten. Zie ze daar staan, op de grens van de weg en het gras aan de rand van de oever. Misschien spreken ze over wie langskomt, en vereenzelvigen ze zich met de weg. Misschien houden ze meer van het gras en de bloemen, zingen ze hun lied. Misschien zijn ze gewoon stil. Of misschien spreken ze tot elkaar in poëzie. In mooie woorden. In alliteraties. (hoe heerlijk zou dat zijn!) in verzen van andere bekende berenklauwen. Misschien fluisteren ze “ochtendstond heeft goud in de mond…”
Dag zonnebloemen,
Haast niet te zien op de foto, maar wat een prachtig zicht vanmorgen! Paarse bloemen vooraan, en wat verder tussen het gras: zonnebloemen! Ze keken allemaal weg. Ze waren nog niet goed wakker. Maar de zon scheen op hen, dwars door hun gele blaadjes heen. Dat is soms nog het mooist: het licht niet als spotlight, maar subtiel, als een gloed die iemand of iets doortrekt, en die die gele blaadjes nog helderder geel maakt. Het is alsof dat hele bloemenveld in geel en in paars, de Schepper bezingt.
Dag wat je niet ziet,
Naast de zonnebloemen die moeilijk te zien zijn op beeld, of de pracht van het roze bloementapijt aan de over, hier het toppunt van een beeld waarop je niet ziet wat er te zien valt. Hier sprongen vanmorgen twee dartele konijntjes!
Uiteraard zijn ze zo snel, dat het onmogelijk was, tenzij ik op wacht zou staan, om ze op beeld vast te leggen. Maar dat hoeft ook niet. Laat jullie verbeelding werken! Zie het schilderij van de roze bloemenzee! Verwonder je over de zon die door de gele zonnebloemblaadjes nog helderder straalt! En zie ze dus springen in je verbeelding, twee konijntjes, bruin met een wit wipstaartjes. Snel achter elkaar, de baan over. Eigenlijk zou het toch heerlijk zijn als we de knop van onze verbeelding altijd wat opener zouden draaien. Want niets vermoedend denken we nu dat de konijnen er niet zijn. We zien ze niet. Maar ze zijn er wél. Daar ergens, verstopt, misschien in een roze bloemenstruik. Misschien achter een verlegen zonnebloem. Misschien per ongeluk botsend tegen een poëtische berenklauw, maar ze zijn er…
Dag glooiing,
Akkoord, het zijn geen echte heuvels, al zeker geen bergen, maar vlak is het toch ook niet helemaal. Het hele landschap glooit. Het gras, de bloemen, maar ook de ronde bomen, het water, de golvende oevers, alles lijkt zo zacht… Om als vanzelf rustig te worden. Om zo de natuur te willen strelen. Om erdoor omarmd te worden. En te omarmen…
