O gladsome Light
Na een heerlijk samen zingen in de kathedraal over “Anima Christi” en “My Hope is found”, waar ik hier en hier al eens wat over schreef, brachten we dit jaar een programma in het teken van Licht. Het was getitteld “O gladsome Light”, een op het eerste zicht misschien niet zo voor de hand liggende titel. Maar de titel verwees, in vertaling, naar één van de oudste hymnen, Phos Hilaron, die traditioneel werd gezongen bij het aansteken van de kaarsen in het lege graf waar steeds een kaars ten teken van de Levende brandde. We zongen een versie van Louis Bourgeois uit de 16e eeuw, maar de vlam van de Opgestane die brandde van in het lege graf, tot nu… en rond dat vreugdevolle Licht verzamelden we ons tijdens het concert, om werkelijk van en door en voor Hem te zingen. En zo konden we midden in de vastentijd, wanneer we het “A…” woord niet mogen zingen, toch stiekem de Verrijzenis laten klinken!
Dat vreugdevolle Licht werd concreet, in het dagelijks leven en in muziek. Zoals op twee februari, wanneer we Maria Lichtmis vieren. Een feest dat meer is dan pannenkoeken.
Met de gelovigen van de weekmis kropen we vanaf onze gewone plaatsen weer even buiten de Sacramentskapel, kreeg ieder een kaarsje, en ontstaken het terwijl we met een Taizé liedje het licht van Christus bezongen. Eerst elkaars kaarsjes aansteken. Dan zingen en in processie naar de Sacramentskapel. En ze dan proberen plechtig op de kaarsenhouder te zetten, die voelde alsof hij uit één of andere magistrale orthodoxe kerk kwam. Oh wat was dat hartverwarmend! Ik moest denken aan het licht dat elke zaterdagavond in Taizé wordt ontstoken, omdat de week er als een paasweek wordt opgebouwd. En hoe wonderlijk dat altijd is, wanneer het Licht wordt doorgegeven, het vlammetje brandt, het Licht het haalt op de duisternis en alles baadt in een zee van licht. Het gewone werd even onderbroken. We hielpen elkaar met gesukkel met lontjes die niet goed ‘pakten’, met scheve kaarsen, met toekomen met zakjes en armen tekort voor de kaars, met een arm nodig hebben om te stappen én om de kaars vast te houden. We verwarmden ons aan het Licht van Christus dat in ieder van ons aanstekelijk werkt…
De dag van Lichtmis is ook de dag waarop de lofzang van Simeon wordt gelezen. Hij die verteld werd hoe hij niet zou sterven vóór hij de Messias zou zien, dankt God wanneer hij in Jezus de Messias erkent. De lofzang van Simeon, waarvan de tekst afkomstig is uit Lucas 2,29-32, wordt ook dagelijks in het getijdengebed gebeden: ” Uw dienaar laat gij, Heer, nu naar uw woord in vrede gaan:
mijn ogen hebben uw heil aanschouwd dat Gij hebt bereid voor alle volken;
een licht dat voor de heidenen straalt, een glorie voor uw volk Israël.
Eer aan de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
Zoals het was in het begin en nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. Amen. “
Hoe geweldig is het om die oude woorden te kunnen en mogen zingen met ons vocaal ensemble (dat dit jaar al koor-proporties aannam) “A Choeur Joie”. Om op Lichtmis de partituur erbij te nemen en heerlijk met Simeon mee te zingen. We zongen de versie die Voces 8 hierboven brengt, “Nunc dimittis”, in een compositie van Paul Smith.
Het waren nog donkere dagen in januari en februari, maar we werden plots in België verrast met Noorderlicht! Waar je anders een peperdure vakantie voor moet boeken (met de mogelijkheid dat je, ergens staande op een parking, maar nauwelijks een streepje groenig licht ziet, dat op foto dan nog veel beter geeft dan in het echt), mochten de thuisblijvers het gewoon hier zelf beleven! De opwinding was groot. Een beetje zoals de eerste sneeuwval of een dubbele regenboog, maar dan nog straffer!
Of het nu werkelijk Noorderlicht was dat ik spotte, of wel de rozige schijn van serre’s in een naburig dorp (alsjeblieft, gun me de illusie), het is geweldig de kinderlijke opwinding te voelen om een buitengewoon natuurfenomeen en wat dat in ons wekt aan verwondering. Zelfs voor de weermannen was geen adjectief te groot om hun verbazing uit te drukken. Nog eens lekker samen enthousiast zijn!
En het moet zijn dat componist en pianist Ola Gjeilo toch al lang vóór ons enthousiast was. Want écht Noorderlicht (de man woont ten slotte in Noorwegen) dat lijkt me fenomenaal magisch… Het inspireerde hem tot een compositie getitteld “Northern Lights”, hier uitgevoerd door Voces 8, op verzen uit het Hooglied (Hg, 6, 4-5a): “Je bent mooi, mijn vriendin, bekoorlijk en lieflijk als Jeruzalem,
ontzagwekkend als een leger in slagorde.
Wend je ogen van me af, ze brengen me in verwarring. “
Al zijn we Voces 8 niet, het was ongetwijfeld één van m’n favoriete nummers om samen te mogen zingen. Onze dirigente, Karen Marie Van Humbeeck, verstond de kunst om ons te laten golven op de muziek. Telkens was er een andere stem die de hoofdmelodie zong, en ondersteunden de anderen, gaven hen ruimte. En zo leken we te drijven op golven van muziek en golven van Licht…
En we mochten nog verder drijven, want samen zingen, samen musiceren, dat voelt ook echt als drijven op de golven van muziek, die ons voorafgaat, die ons overstijgt. Wat er klinkt is meer dan de som van de individuen. En die som, dat was een geweldig gevarieerde en grote som dit jaar, een groep die verdubbelde in aantal en met ook een hele groep getalenteerde muzikanten (Tom Van Hole op orgel en piano, Stefan Willems op viool, Emily Van Asch op de gitaar, Goedele De Nolf op hobo en Daan Kolpa op de trom). Een groep die niet alleen golfde op muziek, maar ook op een hartverwarmende verbondenheid, een groeiende vriendschap, een diepte in gebed en in de gedeelde liefde voor God en voor muziek. Golven die voor ons uitgingen, door fantastische vrijwilligers die de mensen vol liefde onthaalden tijdens het concert. En golven die uitdeinden door een enorme hartelijke en gulle bedanking, en door alweer fantastische vrijwilligers die zorgden voor een heerlijke ontmoeting achteraf.
En zo genieten we na… De bloemetjes staan nog te stralen. De klanken klinken nog na in de kathedraal. De reacties van mensen waren ontroerend. De vriendschap zindert na. De muziek blijft hangen en doet al dromen van volgend jaar… en dan moet het Licht van Pasen nog komen…
