Meer zomerse joyspotting
In de cirkel zie je een blouse uit tetra. Tetra is een stof die normaal gebruikt werd voor baby’s, want die houden van zacht. Maar sinds enkele jaren maken ze ook voor volwassenen kledij in tetra (want wat blijkt: volwassenen houden ook van zacht!) Wat een geweldig idee is dat! Zo’n blouse in tetra, dat zit fantastisch! En dubbele vreugde, want je hoeft het ook niet te strijken. Ik zie vrouwen én baby’s genieten van hun zachte tetra spulletjes, en vrouwen enthousiast delen hoe zalig zacht het stofje wel niet zit. Ja, joyspotting, waar ik hier en hier al wat over schreef, dat is eigenlijk iets waar er altijd woorden en beelden tekort voor zijn, en dat is eigenlijk een beetje … Eens je begint te joyspotten, de dingen bekijken met verwondering, dan zit het leven vol vreugde. Ik denk dat Elisabeth de eerste joyspotter moet geweest zijn, of Johannes de Doper misschien. Want toen Elisabeth, Maria, in verwachting van Jezus zag, toen “sprong het kind van vreugde op in haar schoot!” Johannes had als eerste de Vreugde gespot! En die vreugde deed Elisabeth wellicht ook vol vreugde opspringen! En Maria, die barstte spontaan in het Magnificat uit! Kunnen wij zo ook ‘aanstekelijk’ zijn in de vreugde? Op de vraag hoe het gaat, niet alleen de zorgen delen, maar ook die kleine en grote momentjes die ons vreugde geven (en wie weet, een ander misschien ook?) Ga je mee joyspotten?
Dag plant met ambitie,
Een vriendin liet me kennismaken met een school in de buurt waar er, naast verse groenten en fruit, ook planten werden verkocht. Jou mocht ik kopen voor 1 euro! Je was al mooi, absoluut… met een torentje van stokjes waar je zwierig rond danste, met prachtige oranje bloemen die s’ avonds gaan slapen en ’s morgens ontwaken. Maar ik denk dat je je thuis voelt op ons terras. Je takken zwieren, over het terras heen, langs de poten van het tafeltje, naar het hek van de buren… je geeft zelfs een arm aan de planten naast je. Alsof je alles en iedereen wil verblijden met je bloemen! Je deelt vreugde uit!
Dag vier op een rij,
Mijn zoon vindt het al iets minder leuk dan vroeger, omdat ik te goed heb opgelet hoe hij speelde. Ik heb wat van z’n truckjes geleerd, terwijl ik vroeger er vooral op rekende dat hij in een onbewaakt moment de potentiële vier op een rij niet zou zien. Maar al speel ik een tikje strategischer, het is vooral wat mij betreft nog altijd een hopen dat de andere even verstrooid is. Mijn zoon zorgt dan dat ik een illusie armer ben door z’n vinger door het gaatje te steken waar ik de winnende ‘vierde’ zou willen steken in een beweging van “ik héb je gezien hoor!” Maar minstens even leuk als het spel zelf, vind ik dat gevoel van de schijfjes die zo leuk in elkaar klikken. Waren dat gewoon vlakke schijfjes geweest, zonder die perfect-in-elkaar-passende-inhammetjes, het was niet half zo leuk geweest. Want nu is het opruimen even leuk als het spelen. De voldoening van een gele schijfjestoren, even groot als van een vier op een rij. Leve dit soort van kleine spielereien… die niet noodzakelijk zijn voor het spel, maar het wél leuker maken.
Dag bloemen voor Moeder,
Het is Moederdag vandaag. Wij vieren het op een andere dag, of toch, ik vierde het voor m’n eigen moeder op een andere dag. Want in de school werd moederdag vervangen door het neutralere “ouderdag”. Gewoon een lukrake dag, met een halfslachtig cadeau voor allebei. Maar vandaag vieren we onze Hemelse Moeder. En dus spring ik op de fiets en ga Ze bloemen brengen. Ik ga naar hier en zet ze bij de andere bloemen… de verse en de nepbloemen. De kaarsjes en de steen. Ik spoel de fles met appelsap uit, schrob het etiket eraf en vul ze met water. Ik pluk de eerste zenia’s, en een mooie Dahlia uit de tuin, wankelend op blote voeten in de nog frisse aarde ’s morgens. De onderste blaadjes rits ik eraf. De bloempjes gaan in een zakje. En met fles en zakje bloemen in de fietstas (hoe idyllisch is dat zeg), fiets ik naar ons Moeder! Gelukkige Moederdag!
Dag knipbeurt,
Ik heb m’n haren graag lang. Vraag je aan de kapper er niet teveel af te doen, is het toch altijd korter dan gedacht. Maar na een jaar niet naar de kapper te gaan, geraakt m’n haar onderaan toch wat ‘uitgefroescheld’. (wellicht geen mooi Nederlands, maar wel een heerlijk woord, toch?) Ik bedenk dus maar dat ik het dan zelf zal knippen. Gewoon de puntjes eraf: dat kan toch niet moeilijk zijn? (je bent daar waarschijnlijk minder verbaasd over als ik, maar dat bleek toch niet zo goed te lukken als ik dacht) Maar nu het grootste ‘gefroeschel’ eraf was, zou naar de kapper zijn al helemaal verloren geld zijn. (zeker aangezien je voor lang haar makkelijk drie keer zoveel betaalt. Iets over mijn ervaringen bij de kapper beschreef ik al eens hier.) Mijn zoon stond te trappelen, ja werkelijk te trappelen om mijn haar te mogen knippen! Hij is gelukkig geen drie meer, dus … het mocht! Wat vond hij dat geweldig! Ik die altijd zijn haar moest knippen (we spelen hier thuis altijd kapper), wel ik mocht nu eens op het stoeltje zitten. Hij zou m’n haar nu eens knippen. De rollen waren omgekeerd. En ik moet zeggen: hij deed dat prima. Het haar was (min of meer) recht. (het krult wat, dus zo nauw steekt het niet). En de vreugde in de ogen van mijn zoon, omdat hij mama’s haren mocht knippen, die was onbetaalbaar!
Dag prentbriefkaart,
Ik liep op één van m’n hang-in-de-stad rond dagen (waar ik hier meer over schreef), ter afwisseling eens door dit kleine straatje. Maar zie eens! Dat lijkt toch net op een prentbriefkaart? Nog enkel een mandje met bloemen op de fiets, en het zou zo een eerste communiekaart kunnen zijn. Die pastel fietsen, poëtisch leunend tegen de gevel. De boom in de voorgrond, die het geheel omkadert. Die frisblauwe deur op de achtergrond, die combinatie van het stadse charmante, en de rust, de witte gevel, de blauwe deur, zo eenvoudig. Het valt als elkaar in een perfecte compositie. Gewoon zo, hier, voor mij, voor elke voorbijganger die het wil zien. Een prentbriefkaart, een nieuwe door het landschap gemaakt, de stad, de fietsers, de seizoenen… en een vertrouwde, die beelden oproept, die harmonie doet resoneren. Een beeld dat stil doet staan, en verder doet gaan… want wie weet welke prentbriefkaarten liggen er nog verscholen! Heb jij er al ontdekt?
Dag thuis,
Ja, je ziet misschien enkel een vloer, een sjaal, een kleed en een kussen. Maar ik zie mijn thuis. Mijn allerlievelingsplekje. Aan de voeten van de Heer, voor het Heilig Sacrament. Gewoon al de sacramentskapel binnenkomen en ik voel het. De lasten die van m’n schouders vallen. “Kom allen tot Mij belast en beladen”. De geur van thuis. De koelte in de zomer en de warmte in de winter. De plek waar ik zo verlang te zijn, en waar ik me thuizer dan thuis voel. Dicht bij Hem. Ik nestel me (ja echt, het is een nestelen), links vooraan, met m’n vaste zandkleurige kussentje en het knielbankje dat het beste zit. Niet te hoog (dan zit het onnatuurlijk), en niet te laag (dan slapen de benen in geen tijd). De perfecte hoek, het perfecte kussen, de perfecte plaats, bij de Perfecte Gastheer.
Hier verstaan we elkaar, Gij en ik, van hart tot hart, zonder woorden. Hier vloeien tranen van vreugde, van pijn, van ontroering, van onmacht. Hier zwieren armen en hier buigt het hoofd. Hier klinkt gebed in onuitsprekelijke verzuchtingen, die Gij kent, die Gij erin legt. Hier wordt gesmeekt, gedankt, beleden. Hier ben ik thuis. Bij U.
Dag waterkefir,
Een vriendin bracht me een handjevol kefirparels. Om in water te doen. Een heel procedé. Met ongeraffineerde suiker. Een lepel van plastiek. Met fermentatie en dan nog eens fermentatie. Het klonk spannend (dat het zou groeien! dat er bubbeltjes zouden komen), maar ook een beetje ‘veel werk’. Iets om elke dag aan te denken. Iets om rekening mee te houden als je enkele dagen weg gaat. Dus ik begon. ’s morgens is dat het eerste wat ik zie als ik beneden kom. De lepel ligt al klaar. En wat gebubbeld heeft, komt in de limonadetap. (geef toe, die ziet er al vrolijk uit op zichzelf). In het begin was het even zoeken voor de smaak. Ik kapte er citroen in. Toch ook maar wat munt. Nog te zoet. Nog citroen. Een beetje gember misschien. Ah, en vlierbloesemsiroop had ik ook nog staan. En dat bleek, te gaan van de initiële “ik drink omdat het gezond is” naar een “ah! dat is eigenlijk wel lekker!” naar nu een “oh, ik ga moeten sparen dat ik ‘m niet al opdrink nog voor ie voor de tweede keer is gefermenteerd”. Het is écht lekker! Het is met liefde gekregen en met liefde ontvangen! Het is geweldig verfrissend! En het is dan ook nog eens gezond! Ja, dat is gespotte vreugde!
Dag ontspruitende dag,
Dat ochtendstond goud in de mond heeft, daar schreef ik hier al wat over. Vanmorgen ging ik opnieuw de fiets op. Ik ‘fietste’ een wandeling, en kwam langs dit schitterende veld… Zie, de zon die – je voelt ze al branden- het leven doet ontwaken. Die de spruiten op het veld, met haar licht doorstraalt. En spot mijn geliefde kathedraal op de achtergrond. Ja, de dag is klaar! Het leven schiet op uit de aarde. Een nieuwe dag ontspruit…
